Onzichtbare technologie

De beste technologie is vaak niet degene met de meeste functies. Misschien is de beste technologie juist de technologie die je nauwelijks meer opmerkt.

Technologie heeft de afgelopen decennia een enorme ontwikkeling doorgemaakt. We dragen krachtige computers in onze broekzak of om onze pols, wonen steeds vaker in slimme huizen en gebruiken kunstmatige intelligentie voor het schrijven van teksten, het plannen van afspraken en het beantwoorden van vragen. Vrijwel iedere dag verschijnt er weer een nieuwe toepassing die ons leven gemakkelijker moet maken. Toch valt me iets op: De meeste technologie vraagt opvallend veel aandacht. Ze stuurt meldingen, wil worden bijgewerkt, vraagt om instellingen te wijzigen of laat weten dat ergens een probleem is. We besteden soms bijna evenveel tijd aan het beheren van onze technologie als aan het gebruiken ervan. Dat vind ik vreemd; want is technologie niet juist bedoeld om ons leven eenvoudiger te maken?

De beste techniek merk je niet

Denk eens aan elektriciteit. Niemand staat ’s morgens stil bij de techniek achter een stopcontact. Je drukt op een schakelaar en het licht gaat aan. Pas wanneer de stroom uitvalt, realiseren we ons hoe bijzonder dat eigenlijk is. Hetzelfde geldt voor stromend water. Niemand bewondert dagelijks het leidingnet onder de straat. We verwachten simpelweg dat het werkt. En dat is precies de kracht ervan. Misschien is dat wel de hoogste vorm van innovatie: technologie die zo vanzelfsprekend wordt dat we vergeten hoe ingewikkeld ze eigenlijk is.

Slim is niet hetzelfde als goed

Nieuwe technologie wordt vaak beoordeeld op het aantal mogelijkheden. Hoe meer functies, hoe slimmer het product lijkt. Maar voegen al die mogelijkheden werkelijk iets toe?
Een slimme woning die voortdurend om aandacht vraagt, is eigenlijk helemaal niet zo slim. Een apparaat dat dagelijks nieuwe meldingen stuurt of regelmatig opnieuw moet worden ingesteld, lost niet alleen problemen op, maar creëert ook nieuwe. Goede technologie behoort niet voortdurend om de gebruiker te vragen; nee, zij past zich juist aan de gebruiker aan! Technologie is dus op haar best wanneer zij op de achtergrond werkt. Niet zichtbaar, niet nadrukkelijk aanwezig, maar betrouwbaar en vanzelfsprekend.

Technologie die aandacht teruggeeft

In een eerder artikel schreef ik dat aandacht misschien wel het nieuwe goud is. Juist daarom is het interessant om technologie eens vanuit een ander perspectief te bekijken. Goede technologie vraagt geen aandacht, maar geeft aandacht terug. Zo doet een goede robotstofzuiger zijn werk terwijl jij een boek leest. Een slimme thermostaat zorgt ongemerkt voor een comfortabel huis. Een auto neemt steeds meer routinetaken over, zodat de bestuurder ontspannen en veilig aankomt. Kunstmatige intelligentie neemt die administratief werk uit handen, waardoor meer tijd overblijft voor creativiteit, persoonlijke aandacht of een goed gesprek. Dat is technologie zoals zij behoort te zijn. Niet als doel op zichzelf, maar als middel om ruimte te creëren voor de dingen die werkelijk belangrijk zijn.

Van bijzonder naar vanzelfsprekend

Vrijwel elke technologische ontwikkeling doorloopt dezelfde fasen. Eerst vinden we haar bijzonder. Daarna wordt zij populair. Vervolgens raakt zij ingeburgerd en uiteindelijk vergeten we bijna dat zij ooit nieuw was. Zo noemt niemand tegenwoordig een koelkast of een wasmachine nog innovatieve technologie. Het zijn gewone gebruiksvoorwerpen geworden. Toch waren het ooit revolutionaire uitvindingen die het dagelijks leven ingrijpend veranderden. Misschien wacht kunstmatige intelligentie datzelfde lot. Vandaag praten we er voortdurend over. Over tien of twintig jaar merken we haar waarschijnlijk nauwelijks nog op. AI zal dan verweven zijn in onze auto’s, woningen, telefoons, ziekenhuizen en werkplekken. Niet als iets bijzonders, maar als een vanzelfsprekend onderdeel van ons dagelijks leven.

De hoogste vorm van technologie

We beoordelen technologie nog te vaak op wat zij allemaal kan. Fabrikanten pronken graag met nieuwe functies, hogere snelheden en steeds intelligentere systemen. Maar uiteindelijk kopen we geen technologie om de technologie zelf. We willen een comfortabel huis, niet een ingewikkelde thermostaat. We willen veilig reizen van A naar B, niet voortdurend nadenken over de software in onze auto. We willen meer tijd overhouden voor de mensen om ons heen, niet voor het beheren van steeds meer apparaten. Dáárin ligt de echte toekomst van technologie. Niet in het steeds nadrukkelijker aanwezig zijn, maar juist in het steeds verder naar de achtergrond verdwijnen.
De grootste technologische doorbraken zijn uiteindelijk niet de innovaties waar we het meest over praten. Het zijn de innovaties waar we op een dag helemaal niet meer over nadenken, omdat ze zo vanzelfsprekend zijn geworden dat ze ongemerkt onderdeel zijn van ons dagelijks leven. Misschien is dat wel de hoogste vorm van technologie: niet de technologie die voortdurend onze aandacht vraagt, maar de technologie die ons onze aandacht teruggeeft.