
Wie in Nederland werkt, bouwt doorgaans pensioen op. Niet als vrijwillige spaaractie, maar als verplichte inhouding op het salaris. Werkgevers, sectoren of overheidsinstellingen hebben daarvoor afspraken gemaakt met pensioenfondsen, die deze gelden beheren en beleggen. Dit aanvullend pensioen komt bovenop de AOW – een basisvoorziening die je ontvangt vanaf de pensioengerechtigde leeftijd, momenteel zo rond je 67ste.
Van solidariteit naar persoonlijk pensioenvermogen
Het oude stelsel kende een sterk solidariteitsprincipe: werkenden spaarden collectief, fondsen beheerden het geld en bij pensionering werd – binnen zekere bandbreedtes – een uitkering verstrekt die niet altijd rechtstreeks in verhouding stond tot de ingelegde premies. Wie vroeg overleed, kreeg weinig of niets terug. Wie lang leefde, kreeg meer. Ook partners en jonge kinderen kwamen soms in aanmerking voor een nabestaandenpensioen. Het systeem bood stabiliteit en rust, maar was ook traag, complex en voor velen ondoorzichtig.
Met de Pensioenwet van 2023 en de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel is de balans verschoven. De nadruk ligt nu op het individuele pensioenvermogen: de ‘persoonlijke pot’. Het geld dat wordt ingelegd, wordt grotendeels als individueel kapitaal aangemerkt. Er is minder sprake van onderlinge verevening. Meer transparantie, meer eigen regie – maar ook meer eigen risico.
Persoonlijke keuzes
Tot 2008 werkte ik bij DSM en nam ik verplicht deel aan het DSM Pensioenfonds. Toen dat dienstverband eindigde – ik was toen 48 – besloot ik mijn financiële toekomst in eigen hand te nemen. Twee overwegingen speelden daarbij een rol. Ten eerste: ik vond en vind werken simpelweg te boeiend om het definitief los te laten. Ten tweede: ik wil niet afhankelijk zijn van beheerders, fondsen of rendementsscenario’s die ik zelf niet kan beïnvloeden.
Ik heb sindsdien geen aanvullend pensioen opgebouwd via een fonds. Dat is geen pleidooi tegen collectieve regelingen – ze hebben zeker waarde, vooral voor wie minder financiële armslag of kennis heeft – maar voor mij persoonlijk voelde het als het juiste moment om het roer om te gooien.
Geen standaard pensioenplaatje
De klassieke voorstelling van pensioen – “je hebt je bijdrage geleverd, nu mag je genieten” – past niet bij mij. De gedachte dat je met pensioen gaat om op de kleinkinderen te passen of te tuinieren, ervaar ik als achterhaald. Natuurlijk, mantelzorg of opvoedondersteuning is waardevol, maar het idee dat je ‘niets meer hoeft te doen’ vind ik weinig inspirerend. Ik zou me eerder overbodig voelen dan bevrijd.
Voor de duidelijkheid: ik werk inmiddels minder. Ik heb voldoende inkomsten, een solide financiële buffer, een koopwoning die in de toekomst eventueel verruild wordt voor iets kleiners, en ik verwacht een AOW-uitkering en een bescheiden DSM-pensioen. In combinatie met mogelijk nog wat opdrachten als zelfstandig professional biedt dat perspectief op een comfortabele toekomst – zonder rigide einddatum, zonder formele pensioenstatus.
En wat betekent dat dan nu?
Wie op een dag wil beschikken over financiële vrijheid, zal daar zelf verantwoordelijkheid voor moeten nemen. Het idee dat ‘het pensioen wel geregeld is’ geldt nog slechts ten dele. De AOW biedt een basisvoorziening – bedoeld om in het bestaansminimum te voorzien. Voor de één is dat toereikend, voor de ander volstrekt onvoldoende. Die afweging moet je maken vóórdat het te laat is.
Dat begint met inzicht. Weten wat je opbouwt, hoe je vermogen zich ontwikkelt, wat je nodig hebt – en wat je eventueel tekortkomt. Vervolgens moet je keuzes maken: blijf je binnen het systeem, of bouw je buiten de gebaande paden verder? Kies je voor zekerheid of voor flexibiliteit? Voor collectiviteit of autonomie?
Eén ding is zeker: wachten tot je begin zestig bent, is te laat. Pensioenplanning is geen kwestie van eindeloos rekenen, maar van tijdig koers bepalen. Of je dat nu doet met een financieel adviseur, met een spreadsheet of gewoon met een helder hoofd en realistische verwachtingen – verantwoordelijkheid nemen begint vandaag. Niet omdat het moet, maar omdat het verstandig is.
