De morele leegte van religieus absolutisme

Geloof zonder bewijs is geen waarheid, maar traditie met gezag uit het verleden.
Oude verhalen verdienen geen blind gezag!

Religie: geloof, waarheid en maatschappelijke orde

Religie is een eeuwenoud fenomeen dat tot op de dag van vandaag diepe sporen trekt in samenlevingen, culturen en identiteiten. Sommigen zien het als een bron van troost, zingeving of morele houvast. Anderen zien het als een anker uit het verleden dat vooruitgang en rationeel denken belemmert. De kernvraag blijft: wat is het nut – of het onnut – van religie in een moderne samenleving?

Geloof is geen argument

Het opvallende aan religie is dat het als vanzelfsprekend boven twijfel geplaatst wordt. “Je moet het geloven,” zo luidt vaak het antwoord op kritische vragen. Maar dat is geen argument, dat is een afwijzing van het gesprek zelf. In de wetenschap geldt: een hypothese is pas waardevol als die toetsbaar is, reproduceerbaar en vatbaar voor falsificatie. In religie geldt vaak het omgekeerde: juist de onbewijsbaarheid wordt gezien als teken van diepgang of mysterie.

Dat is problematisch. Want als het enige fundament van een overtuiging is dat “iemand het ooit heeft gezegd” – meestal duizenden jaren geleden – dan is dat een bijzonder zwakke basis voor claims over de realiteit. Zeker als die overtuiging verstrekkende gevolgen heeft voor het leven van anderen.

Van overlevering naar autoriteit

Religieuze verhalen worden vaak gepresenteerd als morele of historische waarheden, enkel en alleen omdat ze lang geleden zijn opgeschreven of mondeling doorgegeven. Maar het feit dat een tekst oud is, maakt haar niet automatisch waar. Ouderdom is geen validatiecriterium. De bron is niet toetsbaar, de context verloren gegaan, en de interpretatie afhankelijk van wie de macht over het verhaal opeist.

Dat stelt een ongemakkelijke waarheid aan de orde: veel religieuze claims rusten op autoriteit in plaats van op inhoud. En autoriteit zonder verantwoording is een gevaarlijk principe.

Onder de maatschappelijke norm

Religie moet in een moderne samenleving altijd ondergeschikt blijven aan democratisch vastgestelde maatschappelijke normen en universele mensenrechten. Vrijheid van geloof is een grondrecht, maar dat betekent niet dat geloof boven de wet staat. Wie religie gebruikt om discriminatie te rechtvaardigen, vrouwenrechten te beperken of geweld te legitimeren, overschrijdt een grens.

De samenleving bepaalt de norm – niet een goddelijke openbaring, niet een profeet, niet een heilig boek. Religie mag nooit het recht krijgen om anderen beperkingen op te leggen die strijdig zijn met algemeen aanvaarde burgerrechten.

Nuttig bij bescheidenheid, gevaarlijk bij absolutisme

Dat wil niet zeggen dat religie per definitie nutteloos is. In bescheiden vorm – als bron van persoonlijke zingeving of als moreel kader dat niet aan anderen wordt opgedrongen – kan religie bijdragen aan gemeenschapszin, troost en persoonlijke stabiliteit. Maar zodra religie zichzelf verheft tot universele waarheid, verliest ze haar rechtvaardiging.

Een overtuiging die niet op feiten berust, niet toetsbaar is, en niet vrijwillig gedeeld wordt, moet haar plek kennen: onder de rede, onder de wet, onder de norm. Niet erboven en al helemaal niet in plaats van!