
Jouw rookkeuze stopt niet bij jouw longen. Anderen ademen mee en de samenleving betaalt de rekening. Er zijn betere bestedingen denkbaar dan tabak.
Wanneer een horecazaak besluit zijn terras rookvrij te maken, volgen de voorspelbare reacties vrijwel onmiddellijk. Verongelijkte rokers verklaren plechtig dat ze er “nooit meer heen gaan” en voelen zich buitengesloten. Ze vinden dat hun “recht op roken” wordt geschonden, alsof het om een fundamentele vrijheidsbeperking gaat. Maar dat is een misvatting van formaat. Een rookvrij terras is geen aanval op de roker — het is bescherming van de niet-roker.
Sterker nog: het is prima wanneer de roker wegblijft; hij/zij is alleen nog welkom als niet-roker. Het gaat er immers om dat mensen op een terras niet gedwongen worden rook in te ademen die ze niet zelf geproduceerd hebben. Dat rokers zich daardoor uitgesloten voelen, is in zekere zin een teken van succes. Want het doel is juist om roken terug te dringen uit de publieke ruimte — een ruimte die per definitie gedeeld wordt en waarin overlastgevende gedragingen niet thuishoren.
Roken was ooit sociaal. Nu is het asociaal.
Wie terugkijkt naar de twintigste eeuw, ziet dat roken ooit een sociaal fenomeen was. Men rookte op het werk, in de trein, op feestjes. Het hoorde bij het leven. Maar dat was toen we niet beter wisten. Inmiddels is de wetenschap eenduidig: roken is schadelijk, verslavend, milieuvervuilend en maatschappelijk kostbaar.
Roken is vandaag de dag geen uiting van sociale verbondenheid, maar eerder een uiting van onverschilligheid. Onverschilligheid ten opzichte van je eigen gezondheid, die van je omgeving, en ten opzichte van de collectieve kosten die de samenleving draagt om de gevolgen van het roken op te vangen — van longkankerbehandelingen tot arbeidsverzuim, van reinigingskosten tot afgedwongen maatregelen in de publieke ruimte.
Wie rookt, draagt bij aan een probleem. Wie stopt, helpt mee aan de oplossing. Zo simpel is het.
Geen recht, maar een gewoonte — en een dure.
Het blijft merkwaardig dat juist bij roken de discussie vaak gaat over ‘rechten’. Het recht om te roken bestaat niet. Er bestaat vrijheid, ja — maar geen recht om anderen tot last te zijn. Er is ook geen recht op milieuvervuiling, of op publieke gezondheidszorg ten koste van alles. Wie die vrijheid misbruikt en zich verzet tegen maatregelen die anderen beschermen, overspeelt zijn hand.
En dan is er nog de economische kant. Roken is duur. Een pakje per dag kost al snel meer dan €250 per maand — ofwel ruim €3.000 per jaar. Geld dat rechtstreeks verdwijnt in verbranding, letterlijk. Kun je je geld echt niet beter besteden? Aan gezonde voeding, sport, een opleiding, je gezin of gewoon: iets dat geen schade veroorzaakt?
Tot slot
Het is tijd dat we stoppen met het pamperen van rokers als ware zij slachtoffers van beleid. De samenleving is duidelijk: roken hoort niet meer in de publieke ruimte thuis. En dat is geen moreel oordeel, maar een rationele keuze. Wie daar moeite mee heeft, mag gaan — precies zoals ze zelf dreigen. De rest van ons ademt liever frisse lucht.
