
Tijdens de coronapandemie, toen mondkapjes verplicht waren en in alle gebouwen de regel van 1,5 meter afstand gold, leek het dagelijks leven volledig doordrenkt van maatregelen en instructies. Supermarkten hingen vol met borden, er stonden desinfectiezuilen en kassaschermen, en overal werd gehamerd op afstand houden. Maar de praktijk liet vaak iets heel anders zien.
“Meneer, wilt u alstublieft anderhalve meter afstand houden?” hoor ik een jonge vrouw zeggen tegen een oudere man in de Jumbo in het Limbrichterveld in Sittard. Ze draagt een mondkapje, net als ik, en probeert gewoon boodschappen te doen. “Bemoei je met je eigen zaken,” snauwt de man terug. Een andere vrouw reageert verontwaardigd: “Dat doet ze toch! U brengt haar én anderen met uw gedrag in gevaar.” De man bromt “Stelletje idioten” en loopt verder alsof de regels niet voor hem gelden.
Met meer alertheid dan normaal doe ik mijn boodschappen en eenmaal thuis maak ik de balans op. Wat ik meemaakte is illustratief voor hoe coronaregels in de praktijk vaak werken – of beter gezegd: níet werken.
De situatie in de supermarkt
Bij aankomst neem ik een winkelwagentje. Volgens de regels verplicht, omdat dit klanten automatisch meer afstand laat houden. Maar de fles met reinigingsvloeistof is leeg en papier om de wagentjes schoon te maken ontbreekt. Voor de winkelwagentjes zijn muntjes niet nodig, een praktische maatregel, en bij de ingang staat een goed gevulde dispenser voor handdesinfectie. Toch gaat het daarna al meteen mis: Nog voordat ik de winkel in ga, passeren meerdere mensen mij op minder dan anderhalve meter. Binnen staan twee vrouwen midden in het gangpad te kletsen, waardoor passeren op veilige afstand onmogelijk is. Jongere klanten lopen zonder winkelwagentje rond, hoewel dat nadrukkelijk verplicht is. Medewerkers die hen zien, zeggen er niets van.
Ook verder in de winkel blijkt de naleving halfslachtig. Een vrouw loopt producten te verzamelen zonder haar wagentje, legt ze verderop pas terug. Medewerkers staan met elkaar te praten terwijl ze vakken vullen, waardoor ook hier passeren op anderhalve meter onmogelijk is. Bij de kassa zijn markeringen op de grond, maar zodra er ruimte vrijkomt schuift iemand naar voren en staat binnen een meter van zijn voorganger – ook hier grijpt niemand in.
Zelfs de beschermende maatregelen schieten tekort: een transparant scherm tussen twee kassa’s is enkele weken geleden stuk gegaan en weggehaald; bij een andere kassa is het scherm zo geplaatst dat het moet worden weggeschoven om te pinnen. Bescherming die bescherming onmogelijk maakt.
De rekening opgemaakt
Aan de ene kant: een supermarkt die zes maatregelen treft om klanten te beschermen – instructies, desinfectiemiddelen, afschaffing van muntjes, transparante schermen.
Aan de andere kant: minstens negen tekortkomingen waardoor die maatregelen grotendeels ineffectief worden.
- Geen schoonmaakmiddelen of papier bij de wagens.
- Verplichte wagentjes waar niet op wordt toegezien.
- Personeel dat zelf de regels niet naleeft.
- Klanten die structureel de regels negeren zonder te worden aangesproken.
- Slechte plaatsing of trage vervanging van beschermende schermen.
Daar bovenop: de onbeschofte klant die de coronaregels openlijk naast zich neerlegt en daarmee niet alleen zichzelf, maar vooral anderen in gevaar brengt.
Wars van regels
Wat dit alles laat zien, is dat regels in theorie prachtig zijn, maar dat hun effectiviteit volledig afhankelijk is van naleving én handhaving. Een regel zonder toezicht is geen regel maar een illusie van veiligheid. De supermarkt verschuilt zich achter borden en strepen op de grond, maar de uitvoering schiet tekort. En sommige klanten laten zien dat ze zich er niets aan gelegen laten zijn afspraken die bedoeld zijn voor ieders veiligheid na te leven
De pandemie legde pijnlijk bloot hoe diep dit in onze cultuur zit: regels worden gezien als lastig, optioneel, of als bemoeizucht. Sommigen zijn wars van regels, anderen van handhaving, en weer anderen van beide. Het resultaat is voorspelbaar: verwarring, ergernis en risico’s die eenvoudig te vermijden waren geweest.
