Vooruitgang door Frictie en Verbeelding

Vooruitgang is geen vanzelfsprekend pad van technologie of gemak, maar een bewuste keuze over welke toekomst wij samen willen vormgeven.

Vooruitgang is nooit vanzelfsprekend. Ze voltrekt zich niet als een organisch proces dat losstaat van ons handelen. Ze komt tot stand door beweging, door keuzes, door mensen die ergens hun energie en overtuiging in leggen. Soms ontstaat vooruitgang uit frictie en strijd tegen ongelijkheid, soms uit nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht, soms simpelweg uit de wil om te verbeteren wat nog niet goed genoeg is.

De geschiedenis laat beide gezichten zien. Het vrouwenkiesrecht, de afschaffing van apartheid en de strijd voor burgerrechten zijn allemaal bevochten door mensen die zich niet neerlegden bij onrecht. Zonder hun volharding was er geen sprake geweest van gelijke rechten. Tegelijkertijd danken miljoenen mensen hun leven aan medische vooruitgang: vaccins die epidemieën stopten, antibiotica die dodelijke infecties in alledaagse kwalen veranderden, behandelingen die kanker steeds vaker onder controle brengen. Daar lag geen woede aan de basis, maar vasthoudend onderzoek, internationale samenwerking en hoop.

Dat maakt de uitspraak “You can’t stop progress, but you can help decide what is progress and what isn’t” actueler dan ooit. Vooruitgang laat zich niet tegenhouden, hooguit afremmen. Uiteindelijk verspreiden ideeën zich, ontwikkelt technologie zich, en komen maatschappelijke veranderingen vroeg of laat op. Maar de richting ervan ligt niet vast. Daarin spelen wij een beslissende rol.

Want vooruitgang is nooit de technologie zelf. Een uitvinding is slechts een middel, een lege huls, totdat mensen haar inzetten voor een doel. De wasmachine en de pil waren innovaties, maar de echte vooruitgang zat in de maatschappelijke verandering die ze mogelijk maakten: vrijheid, tijd, zelfbeschikking. Vandaag zien we hetzelfde spanningsveld. Kunstmatige intelligentie kan medische diagnoses verbeteren, nieuwe medicijnen helpen ontwikkelen en creatieve processen versterken. Maar dezelfde technologie kan ook misbruikt worden voor massasurveillance, manipulatie of het verder vergroten van ongelijkheid.

Hetzelfde geldt voor biotechnologie. Enerzijds opent ze de deur naar baanbrekende therapieën die genetische ziektes kunnen genezen, anderzijds roept ze fundamentele vragen op over ethische grenzen en over de macht van commerciële partijen die de technologie controleren. Vooruitgang is dus nooit neutraal: ze is een keuze, en die keuze vraagt richting, visie en moreel kompas.

Daarmee komen we bij een cruciale les: vooruitgang wordt niet alleen geboren uit strijd of pijn, maar ook uit zorg, samenwerking en het verlangen om het leven voor toekomstige generaties beter te maken. Het is de combinatie van frictie en verbeelding die onze wereld vooruitbrengt. Soms door de onvrede met het heden, soms door de hoop op een betere toekomst.

Toch is er een valkuil. In onze tijd verwarren we vooruitgang gemakkelijk met comfort, plezier of snelheid. Alles moet beter, mooier, efficiënter. Maar vooruitgang is niet hetzelfde als gemakzucht of entertainment. Het is ook niet het klakkeloos omarmen van elke technologische hype. Vooruitgang betekent kiezen: wélke toepassingen versterken onze samenleving en welke ondermijnen haar?

Dat vraagt moed om grenzen te stellen. Niet elke ontwikkeling verdient applaus, en niet elke vernieuwing is vooruitgang. Vernieuwing kan destructief zijn; vooruitgang hoort constructief te zijn. Vernieuwing kun je stoppen, veroudering niet, zei Hans van Mierlo (1931-2010, politicus, journalist en mede-oprichter van D66) ooit. Vooruitgang daarentegen kun je wel vormgeven – als je bereid bent het ongemak van de discussie en de confrontatie aan te gaan.

Daarom is vooruitgang nooit alleen een kwestie van wetenschap of technologie. Het is een morele en politieke keuze. Hoe willen we dat AI ons leven beïnvloedt? Waar leggen we grenzen in biotechnologie? Welke waarde hechten we aan privacy in een tijd van allesomvattende data? Deze vragen bepalen of we over tien, twintig of vijftig jaar terugkijken op een periode van werkelijke vooruitgang – of op een tijd waarin we kansen hebben verkwanseld.

Tot slot: De kern van mijn artikel is dat vooruitgang geen onvermijdelijk pad is, maar een richting die wij samen kiezen. Soms uit verzet, soms uit zorg, soms uit nieuwsgierigheid. Daarbij is de vraag dus niet óf er vooruitgang komt – die stroom laat zich niet stoppen. De vraag is welke vooruitgang wij samen willen creëren.