Waar komen toch al die idioten vandaan?

Het leek ooit vanzelfsprekend dat gezond verstand de boventoon voerde. Dat feiten zwaarder wogen dan meningen, en dat leiders een zekere mate van ratio vertegenwoordigden. Totdat een president voor de camera suggereerde dat het injecteren van desinfectiemiddel misschien kon helpen tegen een virus. Totdat miljoenen mensen wereldwijd begonnen te geloven dat 5G-masten corona zouden verspreiden. En tot Nederland zijn eigen portie waanzin kreeg: van complotten over China en Rusland tot een groeiende argwaan jegens alles wat overheid of wetenschap heet.

De erosie van logisch denken

Domheid is niet nieuw. Wat wél nieuw is, is de snelheid waarmee ze zich verspreidt. Sociale media hebben de filtering van kennis afgeschaft. Wie vroeger in het café onzin uitkraamde, kreeg hooguit wat gegniffel. Vandaag bereikt dezelfde onzin miljoenen mensen in seconden. En elke klik, elke ‘like’ en elk filmpje versterkt het idee dat onzin ook waarheid kan zijn. Nu lijkt alle logica verdwenen. Het vermogen om oorzaak en gevolg te onderscheiden, te twijfelen, te toetsen – het is verdrongen door emotie en groepsdenken. Een politicus die roept dat “China corona heeft gemaakt” scoort beter dan iemand die rustig uitlegt hoe virussen muteren. Want nuance verkoopt niet.

Macht vergroot idioterie

De mate van invloed bepaalt de impact van domheid: Een individu dat denkt dat 5G corona veroorzaakt, lacht men weg. Maar een president die hetzelfde zegt, ontwricht beleid, polariseert landen en ondermijnt vertrouwen in wetenschap. Macht vergroot idioterie exponentieel. Kijk maar eens naar de grafiek boven dit artikel: op de horizontale as de mate van idioterie, op de verticale as de maatschappelijke impact. Linksonder zien we de goedbedoelende buurman met aluminiumhoedje – weinig schade, hoog vermaak. Rechtsboven prijkt de machtige gek, omringd door ja-knikkers die niet durven zeggen dat hij wartaal uitslaat.

De rol van opleiding, IQ en religie

Domheid is niet hetzelfde als laag IQ. Veel hoogopgeleiden geloven even hard in onzin als wie de middelbare school niet afmaakte. Het verschil zit in kritisch vermogen – het vermogen om te twijfelen aan wat je wilt geloven. Daar wringt het bij velen: religie, nationalisme, identiteit en angst maken de rede kwetsbaar. Wie zijn zekerheid ontleent aan geloof of groep, verdedigt overtuigingen, niet feiten. Daarbij is religie op zichzelf niet het probleem, maar wel de dogmatiek die ermee gepaard kan gaan: het idee dat iets waar is omdat het “zo moet zijn”. In dat klimaat groeit de dwaasheid beter dan in enig laboratorium.

De pandemie van domheid

Corona was niet alleen een medische pandemie, maar ook een mentale. Nepnieuws, complotten en alternatieve waarheden verspreidden zich sneller dan het virus zelf. Rusland voedde via desinformatie de twijfel in West-Europa. Trump voedde het wantrouwen in zijn eigen instituties. En talloze volgers, overtuigd van hun gelijk, bleven maar herhalen wat ze lazen, hoorden of voelden — zonder één moment na te denken of het waar was. We lijken in een tijd te leven waarin domheid niet langer schaamte oproept, maar identiteit is geworden.

Tot slot

Idioten verdwijnen niet. Maar we kunnen ze ontmaskeren — niet met haat of spot, maar met helder denken, feitelijke onderbouwing en een gezonde dosis nuchterheid. Zolang we dat niet doen, blijft de curve van idioterie stijgen. En misschien, heel misschien, is het tijd dat we dié pandemie eens even serieus nemen.