Sommige technologische ontwikkelingen veranderen ons leven een beetje. Andere veranderen de wereld voorgoed. Kunstmatige intelligentie lijkt tot die laatste categorie te behoren.

Wie de afgelopen decennia bewust heeft meegemaakt, weet hoe snel technologie zich ontwikkelt. Toch vergeten we vaak hoe groot die veranderingen eigenlijk zijn geweest. Rond het jaar 2000 gaf ik les aan een post-hbo-opleiding Bedrijfskunde in Maastricht. We overwogen destijds een extranet voor studenten te ontwikkelen. Voordat we daarmee begonnen, stelde ik de klas een eenvoudige vraag: “Wie heeft thuis een pc met internet?” Slechts een deel van de studenten stak zijn hand op. Voor de anderen gold dat zij wel ergens toegang hadden, bijvoorbeeld op hun werk of in de bibliotheek. Dat vonden we destijds voldoende om het extranet toch te realiseren. Vijfentwintig jaar later klinkt dat bijna ongeloofwaardig. Vrijwel niemand onder de zeventig beschikt niet over een computer of smartphone met internet. Gezinnen hebben vaak meerdere computers, tablets en telefoons. Op veel werkplekken is werken zonder computer simpelweg ondenkbaar geworden. En dat is nog maar één voorbeeld.
Verandering gaat steeds sneller
Ook op andere gebieden zien we dezelfde ontwikkeling. Muziek en films streamen we zonder erbij na te denken. Online winkelen is voor velen de normaalste zaak van de wereld geworden en heeft het straatbeeld ingrijpend veranderd. In steeds meer binnensteden maken traditionele winkels plaats voor horeca, dienstverlening of woningen. Zelfrijdende auto’s waren jarenlang iets uit sciencefictionfilms. Inmiddels rijden ze daadwerkelijk op de openbare weg. In delen van de Verenigde Staten rijden die al enige tijd op de openbare weg en ook in Nederland mag Tesla inmiddels autonoom rondrijden. Wat gisteren onmogelijk leek, is vandaag vaak heel gewoon.
En toen kwam AI.
Nog geen twee jaar geleden was kunstmatige intelligentie voor veel mensen een onbekend begrip. Vandaag gebruiken vrijwel alle studenten AI bij hun studie, investeren bedrijven honderden miljarden euro’s en dollars in de ontwikkeling ervan en verschijnen er dagelijks nieuwe toepassingen. De snelheid waarmee dit gebeurt, is ongekend.
Veel meer dan een slimme chatbot
Wie AI alleen kent van een chatbot, ziet nog maar een klein deel van de mogelijkheden. AI schrijft inmiddels handleidingen, maakt rapporten, ontwikkelt software, analyseert medische beelden en helpt wetenschappers bij ingewikkelde vraagstukken. Ze maakt foto’s die niet meer van echt zijn te onderscheiden, genereert video’s, componeert muziek en schrijft complete verhalen of boeken. Steeds vaker blijkt de kwaliteit verrassend hoog.
Ook programmeurs ontdekken dat AI niet alleen helpt bij het schrijven van software, maar complete programma’s kan ontwikkelen die daadwerkelijk functioneren. Dat is geen toekomstmuziek. Dat gebeurt vandaag!
Robots worden onze collega’s
Ik geloof daarom dat de volgende grote stap niet zozeer betere AI is, maar AI die een lichaam krijgt. Robots bestaan natuurlijk al veel langer, maar meestal voeren zij steeds dezelfde handelingen uit. De komende jaren zullen robots steeds vaker worden aangestuurd door krachtige AI-systemen. Daardoor kunnen zij zelfstandig waarnemen, beslissingen nemen en complexe taken uitvoeren in een omgeving die voortdurend verandert. Wellicht duurt het geen tien jaar meer voordat we robots tegenkomen die huishoudelijk werk verrichten, ouderen ondersteunen, logistieke processen uitvoeren of technische installaties onderhouden. En daarna?
Dan komt waarschijnlijk het moment waarop AI en robots ons op veel gebieden voorbijstreven. Niet alleen in snelheid of rekenkracht, maar ook in kennis, probleemoplossend vermogen en een groot aantal praktische vaardigheden. Dat klinkt indrukwekkend. Misschien zelfs een beetje beangstigend.
Is dat eigenlijk een probleem?
De vraag is alleen of dat werkelijk erg is. Wij mensen hebben onszelf altijd onderscheiden door onze intelligentie. Dankzij die intelligentie bouwden we machines die sterker waren dan onze spieren. Niemand vindt het tegenwoordig vreemd dat een graafmachine meer grond verzet dan een mens met een schep. Waarom zouden we het dan vreemd vinden wanneer een machine straks ook slimmer wordt dan wij? Misschien ligt de echte uitdaging niet bij de technologie, maar bij onszelf. Zijn wij als samenleving bereid ons aan te passen aan een wereld waarin werken niet langer de belangrijkste bezigheid van de mens hoeft te zijn?
Een oude toekomst
Misschien is de toekomst minder nieuw dan we denken: De oude Grieken besteedden een groot deel van hun tijd aan filosofie, wetenschap, kunst, sport, muziek en gesprekken. Het dagelijkse werk werd grotendeels uitgevoerd door slaven en lijfeigenen. Dat systeem was vanzelfsprekend gebaseerd op ongelijkheid en is terecht verdwenen. Maar stel dat je de slaven vervangt door robots en kunstmatige intelligentie. Dan ontstaat ineens een heel ander beeld: Een samenleving waarin mensen zich kunnen richten op creativiteit, wetenschap, cultuur, zorg voor elkaar, persoonlijke ontwikkeling en genieten van het leven, terwijl intelligente machines het grootste deel van het noodzakelijke werk uitvoeren. Dat klinkt ineens helemaal niet als een dystopie. Misschien zelfs als een beschaving die een volgende stap heeft gezet.
De echte keuze
Of die toekomst mooi wordt, hangt waarschijnlijk veel minder af van AI dan van de keuzes die wij als samenleving maken. Als de opbrengsten van deze technologische revolutie terechtkomen bij een kleine groep bedrijven en vermogenden, dreigt de kloof tussen arm en rijk verder toe te nemen. Dan kan technologie juist leiden tot meer ongelijkheid en minder kansen voor een groot deel van de bevolking.
Maar er is ook een andere mogelijkheid: Dat we de enorme productiviteitswinst gebruiken om iedereen een zeker bestaan te bieden. Dat we opnieuw nadenken over de waarde van werk, over een (basis)inkomen voor iedereen, over onderwijs en over de manier waarop we welvaart verdelen. Misschien vraagt een wereld waarin machines steeds meer werk overnemen ook om een samenleving die anders naar inkomen, eigendom en economische groei kijkt.
Ik geloof niet dat AI onze grootste uitdaging wordt; Onze grootste uitdaging wordt hoe wij ervoor kiezen met AI om te gaan. Want de technologie ontwikkelt zich onverminderd verder. Daar bestaat geen twijfel over. De vraag is niet óf de toekomst verandert, want ook dat is een gegeven. De vraag is of wij bereid zijn mee te veranderen. Want misschien ligt de mooiste toekomst niet in een wereld waarin mensen concurreren met machines, maar in een wereld waarin machines ons de vrijheid geven om eindelijk weer meer mens te zijn.
