
Wie een bestuurder aanneemt, hanteert duidelijke selectiecriteria. Maar waarom lijken we diezelfde maatstaven soms los te laten zodra het om politieke leiders gaat?
Aan welke eisen moet een leider eigenlijk voldoen?
Stel dat je vandaag een nieuwe algemeen directeur zoekt voor een multinational. Of een bestuurder voor een academisch ziekenhuis. Of een voorzitter van een universiteit. Welke eigenschappen zou je dan belangrijk vinden? Waarschijnlijk noem je betrouwbaarheid, eerlijkheid, voorspelbaarheid, consistentie, respect voor de organisatie en haar instituties, zorgvuldige besluitvorming en heldere communicatie. Dat zijn geen politieke voorkeuren, maar eigenschappen die vrijwel iedere organisatie als vanzelfsprekend beschouwt bij de selectie van haar hoogste bestuurder. Wie op meerdere van deze punten tekortschiet, maakt doorgaans weinig kans om de functie te krijgen.
Een gesprek met ChatGPT
De afgelopen week voerde ik hierover een lange discussie met ChatGPT. Niet over kunstmatige intelligentie, maar over Donald Trump. Mijn vraag was eenvoudig: hoe beoordeel je iemand die de hoogste bestuurlijke functie ter wereld bekleedt als je hem langs dezelfde meetlat legt als iedere andere bestuurder?
Aanvankelijk reageerde ChatGPT voorzichtig. Het wees erop dat de vraag of iemand geschikt is als president uiteindelijk een normatief oordeel is. Mensen kunnen immers verschillende waarden belangrijk vinden. Sommigen hechten meer waarde aan economische prestaties, anderen aan bestuurlijke stijl of internationale samenwerking.
Die redenering begrijp ik. Maar ergens begon zij ook te wringen.
De sollicitatie
Laten we de politiek daarom eens helemaal loslaten.
Stel dat Donald Trump niet solliciteert naar het presidentschap van de Verenigde Staten, maar naar de functie van algemeen directeur van een grote onderneming. Tijdens de selectieprocedure blijkt dat hij gedurende vele jaren uitzonderlijk vaak feitelijk onjuiste uitspraken heeft gedaan. Zijn communicatie is regelmatig polariserend. Bondgenoten én tegenstanders beschrijven zijn handelen vaak als moeilijk voorspelbaar. Beleid wordt aangekondigd, aangepast of teruggedraaid en hij voert openlijk strijd met instituties wanneer die zijn koers doorkruisen.
Dat betekent niet dat iedere beslissing verkeerd is geweest. Het betekent evenmin dat iedere politieke tegenstander gelijk heeft. Maar de vraag tijdens een sollicitatieprocedure zou ook niet zijn of ieder besluit goed of slecht was. De vraag zou zijn of dit het leiderschapsprofiel is dat je zoekt voor de hoogste functie binnen je organisatie.
Hoe groot is dan de kans dat een gerenommeerd executive-searchbureau of een professionele selectiecommissie concludeert dat dit een geschikte kandidaat is? Mijn inschatting is eerlijk gezegd: bijzonder klein. Niet vanwege zijn politieke overtuigingen, maar vanwege zijn leiderschapsprofiel.
Een interessante verschuiving
Tijdens onze discussie verschoof ook het standpunt van ChatGPT. Waar het aanvankelijk vooral benadrukte dat de beoordeling van een president uiteindelijk een normatief oordeel is, werd gaandeweg duidelijk dat er, wanneer je dezelfde leiderschapscriteria toepast als bij bestuurders in het bedrijfsleven of de publieke sector, substantiële en goed onderbouwde redenen bestaan om ernstig te twijfelen aan Trumps geschiktheid voor het presidentschap. Niet omdat zijn politieke opvattingen verkeerd zouden zijn, maar omdat meerdere fundamentele leiderschapscompetenties onder druk staan.
Die ontwikkeling vond ik interessant. Niet omdat ChatGPT van mening veranderde, maar omdat de discussie verschoof van politiek naar leiderschap. Zodra je de partijpolitiek buiten beschouwing laat en uitsluitend kijkt naar eigenschappen die wij normaal gesproken van bestuurders verlangen, ontstaat een heel ander gesprek.
Meten met twee maten?
Misschien is dat wel het opmerkelijkste verschil tussen de politiek en het bedrijfsleven.
Voor een CEO, bestuurder of directeur zijn betrouwbaarheid, integriteit, consistentie, voorspelbaarheid en respect voor de organisatie geen luxe, maar randvoorwaarden. Ontbreken die eigenschappen, dan wordt een kandidaat kritisch beoordeeld of eenvoudigweg afgewezen.
In de politiek lijken we soms bereid diezelfde eigenschappen minder zwaar te laten wegen, zolang een kandidaat onze politieke voorkeur vertegenwoordigt.
Dat is een opmerkelijke tegenstelling.
Waar gaat dit artikel eigenlijk over?
Dit artikel gaat uiteindelijk niet over Donald Trump. Het gaat over onszelf: Zijn wij bereid voor politieke leiders andere normen te hanteren dan voor bestuurders van bedrijven, ziekenhuizen, universiteiten of overheidsorganisaties? En als dat zo is, waarom eigenlijk?
Leiderschap draait uiteindelijk niet alleen om verkiezingen, populariteit of beleidsvoorkeuren. Leiderschap draait om vertrouwen. Wanneer woorden regelmatig niet overeenkomen met de feiten, wanneer standpunten voortdurend verschuiven, wanneer instituties eerder worden bestreden dan gerespecteerd en wanneer bondgenoten en tegenstanders niet meer weten welke uitspraken letterlijk moeten worden genomen, ontstaan risico’s die veel verder reiken dan één beleidsbesluit. Juist daar liggen, naar mijn overtuiging, de grootste risico’s. Niet alleen bij Donald Trump, maar bij iedere leider die op deze punten tekortschiet. Misschien is daarom niet de vraag of je vóór of tégen Trump bent de belangrijkste vraag. De werkelijk interessante vraag is deze: Als Donald Trump vandaag zonder politieke bekendheid zou solliciteren naar de hoogste leidinggevende functie binnen jouw organisatie, zou jij hem dan aannemen? Misschien zegt het antwoord op die vraag wel meer over onze eigen opvattingen over leiderschap dan welk politiek debat ook.
