Individualisme boven alles

Individualisme is de overtuiging dat het individu zichzelf centraal stelt, en persoonlijke autonomie en vrijheid boven collectieve verplichtingen plaatst. Het klinkt als een verworvenheid van een moderne samenleving: je maakt je eigen keuzes, je bepaalt je eigen koers. (…)

Het is de vraag of individualisme zoals hier beschreven leidt tot vrijheid en geluk, of dat we onderweg ook onzichtbare banden verliezen die ooit houvast gaven. Waar vroeger vaste structuren richting gaven, ligt het pad nu open, en die vrijheid brengt naast kansen ook onzekerheid met zich mee.

In de afgelopen decennia is de omslag duidelijk zichtbaar. Kerk en religie hebben hun grip verloren, families zijn kleiner en minder hecht geworden, en sociale verbanden zoals buurt en vereniging spelen een afnemende rol. Waar men vroeger levenslang in dezelfde baan, dezelfde stad en hetzelfde huwelijk bleef, zien we nu voortdurende verandering. Dat geeft ruimte voor persoonlijke groei, maar schept ook onzekerheid en een gevoel van versnippering.

Relaties vormen hierbij een cruciaal terrein. Het idee van één partner voor het leven verliest terrein. Mensen leven langer, ontwikkelen zich ieder op een andere manier, en groeien daardoor sneller uit elkaar. Serie-monogamie – meerdere opeenvolgende relaties – wordt eerder regel dan uitzondering. Partnerschappen worden tijdelijke samenwerkingsverbanden waarin persoonlijke groei, emotionele steun en plezier vooropstaan. Het klassieke beeld van liefde als levenslange verplichting maakt plaats voor verbinding “zolang het werkt”.

Kinderen passen ook niet altijd meer in dat plaatje. In veel welvarende landen daalt het geboortecijfer, en het krijgen van kinderen is geen vanzelfsprekendheid meer. Steeds meer mensen kiezen bewust voor kinderloosheid, vaak uit overwegingen van vrijheid, carrière of duurzaamheid. Voor wie wél kinderen krijgt, wordt opvoeding steeds meer gedeeld met maatschappelijke instituties: kinderopvang, onderwijs en digitale hulpmiddelen. Het gezin verliest zijn vanzelfsprekende positie als hoeksteen van de samenleving.

Individualisme heeft ook impact op werk en zorg. Waar vroeger een baan vaak een roeping of levenslange verbintenis was, is werk nu vooral een middel om persoonlijke doelen te realiseren. Mensen wisselen sneller van werkgever, kiezen vaker voor zelfstandigheid en verwachten dat werk aansluit bij hun persoonlijke ontwikkeling. In de zorg leidt individualisme tot een dubbele beweging: enerzijds verwachten mensen maximale regie over hun eigen gezondheid en behandeling, anderzijds neemt de bereidheid om langdurig voor familieleden te zorgen af. De mantelzorg die ooit vanzelfsprekend was, wordt steeds vaker opgevangen door professionele structuren of technologie.

Daarmee schuiven we langzaam naar een samenleving waarin alleen wonen steeds gewoner wordt. Singles zijn niet langer een uitzondering, maar een groeiende groep in veel steden. Sociale verbanden verschuiven van fysieke gemeenschappen naar digitale netwerken, waarin men vrienden en gelijkgestemden ontmoet zonder geografische nabijheid. Digitale platforms vervullen functies die ooit door buren of verenigingen werden gedragen: contact, steun en gezelschap. Kanttekening is dat deze verbindingen vluchtiger zijn en minder duurzaam, waardoor eenzaamheid op de loer kan liggen.

Tegen deze achtergrond komt technologie steeds nadrukkelijker in beeld. AI en robots nemen taken over die ooit door partners, familie of gemeenschap werden vervuld. Het gaat daarbij niet alleen om huishoudelijke hulp of gezondheidsmonitoring, maar steeds vaker ook om intimiteit en affectieve ondersteuning. Seksrobots zijn daarin slechts één, maar wel sprekend voorbeeld. Hun aantrekkingskracht ligt in de combinatie van intimiteit en voorspelbaarheid: geen ruzie, geen gemopper, altijd beleefd, en op ieder gewenst moment bereid tot seks. Voor veel mensen betekent dat een vorm van controle en veiligheid die in menselijke relaties zelden te vinden is. Maar de ontwikkeling gaat verder. AI-compagnons kunnen niet alleen fysieke bevrediging bieden, maar ook serieuze gesprekken voeren, kennis paraat hebben en fungeren als vertrouweling of sparringpartner. Ze zijn tegelijk huishoudelijke hulp, bedpartner en intellectueel gezelschap. Voor ouderen kunnen ze de rol van mantelzorger aanvullen, voor werkenden de rol van assistent, en voor wie een relatie zoekt, kunnen ze een combinatie bieden van liefde, seks en emotionele steun — altijd beschikbaar, volledig op maat en zonder de grillen van een menselijke partner.

De consequentie van dit alles is dat de klassieke vormen van verbondenheid verder worden uitgehold. Waar liefde ooit een levenslange opdracht was, wordt zij nu een tijdelijke overeenkomst. Waar zorg ooit een familiale verantwoordelijkheid was, neemt technologie en professionalisering die over. Waar gemeenschappen ooit zekerheid boden, worden ze vervangen door digitale netwerken en persoonlijke contracten.

Individualisme geeft ons vrijheid, maar vraagt een prijs. Structuren die eeuwenlang betekenis gaven – gezin, kerk, gemeenschap – verdwijnen. In ruil daarvoor krijgen we autonomie, flexibiliteit en technologie die steeds meer menselijke functies overneemt. Liefde, zorg en verbondenheid transformeren van vaste verplichting naar consumptieproduct: te kiezen, te vervangen en te upgraden. Het beeld dat overblijft is dat van een samenleving die steeds meer rond het individu draait, maar waarin de vraag of we nog weten wat ons werkelijk verbindt, steeds luider klinkt.

Een blik vooruit

Toch hoeft de toekomst niet per se somber te zijn. Technologie en individualisme kunnen ook nieuwe vormen van gemeenschappelijkheid voortbrengen. AI-compagnons kunnen, in plaats van mensen te vervangen, juist helpen om sociale structuren te versterken: ze kunnen ouderen ondersteunen zodat zij langer actief blijven in de samenleving, jonge ouders ontlasten zodat zij meer tijd hebben voor elkaar, en werkenden ruimte geven om zich naast hun carrière ook maatschappelijk te engageren. Digitale netwerken kunnen mensen verbinden op basis van gedeelde waarden, interesses of ambities, waardoor nieuwe gemeenschappen ontstaan die grensoverschrijdend zijn. En misschien zorgt juist de vrijheid van individualisme ervoor dat relaties eerlijker en bewuster worden aangegaan: niet uit noodzaak of sociale druk, maar uit een oprechte keuze voor verbinding. Zo kan een samenleving ontstaan waarin autonomie en verbondenheid elkaar niet uitsluiten, maar juist aanvullen — met technologie als hulpmiddel, niet als vervanging van de mens.