De toekomst van interactie met systemen

We staan aan de vooravond van een technologische omslag waarin onze relatie met systemen opnieuw wordt uitgevonden. Wat ooit begon met ponskaarten en schermen, ontwikkelt zich nu richting een wereld waarin digitale lagen naadloos samenvallen met onze werkelijkheid.

De manier waarop we systemen gebruiken, verandert fundamenteel. Waar decennia lang applicaties centraal stonden, verschuift de aandacht steeds meer naar de data zelf. Applicaties zijn slechts toegangspoorten; de echte waarde ligt in de informatie die overal en altijd beschikbaar is. De software zelf wordt steeds meer generiek en gratis. Het gaat niet langer om welke app je gebruikt, maar om hoe je data wordt ontsloten en verwerkt.

Data centraal

Alle kennis, feiten en context liggen opgeslagen in systemen. Het eigenaarschap van die data en de toegankelijkheid bepalen de waarde. Software en applicaties zijn hulpmiddelen, maar de kern is de dataset die beschikbaar komt via steeds slimmere interactievormen.

Reken- en verwerkingskracht als nutsvoorziening

Net als elektriciteit of water wordt rekenkracht (grid computing, cloud, AI-processing) een commodity; sterker nog, dit is grotendeels al het geval. Je sluit aan, gebruikt wat je nodig hebt en betaalt naar verbruik. Zware AI-modellen, simulaties en analyses zijn straks niet meer het privilege van grote bedrijven of universiteiten, maar net zo bereikbaar voor kleine organisaties of individuen.

Evolutie van interactie

De interface verschuift steeds verder naar natuurlijke vormen:

  • Voice als primaire toegang: je praat met systemen zoals met een mens.
  • Touch en gestures blijven bestaan, vooral voor visuele en ruimtelijke interactie.
  • Modelleren neemt toe: processen worden niet meer geprogrammeerd, maar gemodelleerd in visuele omgevingen.
  • Augmented reality (Apple’s bril als voorbeeld voor de volgende stap) maakt data letterlijk onderdeel van je blikveld.
  • Implantaten (bijvoorbeeld lens- of oogtechnologie) vormen de logische stap daarna: informatie direct in je zicht, zonder apparaat ertussen.

De rol van programmeren verandert radicaal

Het klassieke software-ontwikkelen staat onder druk. Twee bewegingen zorgen voor een verschuiving:

  1. Zero-code modeling: processen worden direct gemodelleerd door business-gebruikers. De software vertaalt deze modellen naar uitvoerbare toepassingen.
  2. AI-gegenereerde code: systemen schrijven hun eigen code op basis van natuurlijke taal en specificaties. De softwareontwikkelaar wordt steeds minder programmeur, steeds meer architect of controleur.

Softwareontwikkeling als vak verdwijnt niet helemaal, maar de nadruk verschuift naar orkestreren, modelleren en controleren. De “middelingslaag” van AI en Zero-code platforms neemt de uitvoerende rol over.

Tijdlijn van interactie met systemen

  • 1960–1980: Batch en mainframes
    Systemen waren ontoegankelijk, interactie verliep via ponskaarten en terminals. Data was verspreid en nauwelijks ontsloten.
  • 1980–2000: PC’s en grafische interfaces (GUI)
    De desktopcomputer en en niet veel later de GUI brachten systemen naar individuen. Applicaties werden belangrijker dan data; bezit van software bepaalde je mogelijkheden.
  • 2000–2020: Internet en mobiele apps
    Altijd online, overal bereikbaar. Applicaties en mobiele platforms werden de dragers van functionaliteit. Data groeide explosief, maar zat nog steeds in silo’s.
  • 2020–2030: Cloud, AI en voice
    Data komt centraal te staan. Software wordt commodity, processing power een nutsvoorziening. Interactie verschuift naar voice, gesture en modelleren. Zero-code modeling neemt het werk van programmeurs over.
  • 2030–2040: Augmented reality en lens-technologie
    De smartphone verdwijnt langzaam. Apple’s bril en vergelijkbare AR-technologieën maken data altijd zichtbaar in context. Stapsgewijs komen implantaten of lens-technologie in beeld: informatie direct in je zichtveld, zonder externe interface.
  • 2040 en verder: Symbiose van mens en systeem
    De grens tussen mens en technologie vervaagt. Alle feiten en kennis zijn direct beschikbaar, de interactie is naadloos. Privacy, eigenaarschap en autonomie worden de grootste vraagstukken.

Tot slot

De toekomst van interactie draait niet langer om applicaties en systemen, maar om data. Software wordt gratis of generiek, rekenkracht een nutsvoorziening, en programmeren wordt grotendeels overgenomen door AI en Zero-code modelling. Interactie verschuift van muis en toetsenbord grotendeels naar Voice en vervolgens naar augmented reality om deel uit te gaan maken van ons dagelijkse leven. Uiteindelijk vindt directe integratie in ons lichaam plaats. Technologie zal daarbij ons leven steeds dieper binnendringen waarbij de uitdaging is de mens centraal te houden.