
Geboren in 1928 groeide Noam Chomsky uit tot een baanbrekend taalkundige en een van de meest geciteerde intellectuelen ter wereld. Zijn werk reikt van de generatieve grammatica tot scherpe analyses van macht, media en buitenlandse politiek.
Onlangs kwam ik de naam Chomsky tegen. Tijdens mijn universitaire studie heb ik het een en ander van hem gelezen, maar zijn betekenis was wat naar de achtergrond geraakt. Dat was voor mij aanleiding mijn geheugen op te frissen.
Chomsky is bij uitstek iemand die wetenschap en maatschappij met elkaar verbond. Hij zette de taalkunde op zijn kop. Waar taal tot dan toe vooral werd gezien als een verzameling klanken, woorden en zinsdelen die je kon beschrijven en classificeren – het zogenoemde structuralisme – introduceerde hij de generatieve grammatica: een systeem van regels waarmee een onbeperkt aantal correcte zinnen kan worden voortgebracht. Hij stelde dat mensen beschikken over een aangeboren taalvermogen, wat verklaart waarom kinderen met weinig taalinput toch complexe zinnen leren. Daarmee luidde hij een paradigmawisseling in: taalkunde werd een formele, regelgestuurde wetenschap met modellen die vaak een wiskundig of algoritmisch karakter hebben.
Zijn benadering vond al snel weerklank buiten de taalkunde. In de cognitieve psychologie en informatica werd zijn werk een fundament. Tot op de dag van vandaag is de naar hem vernoemde Chomsky-hierarchie – een indeling van grammatica’s naar complexiteit – een basisconcept in de theoretische computerwetenschappen.
Wat hem voor mij interessanter maakte, is dat hij zijn intellectuele scherpte niet beperkte tot het academische domein. Vanaf de jaren zestig mengde hij zich actief in maatschappelijke debatten. Hij schreef over oorlog, buitenlandse politiek, de rol van de media en de toenemende macht van economische elites. Samen met Edward Herman (econoom, politicoloog en media-analist; 1925-2017) ontwikkelde hij het propagandamodel, waarin wordt blootgelegd hoe nieuws en informatie worden gefilterd door politieke en commerciële belangen. Daarmee dwong hij velen om kritischer te kijken naar vanzelfsprekendheden in onze samenleving.
Zijn productiviteit is indrukwekkend. Chomsky schreef meer dan honderd boeken, variërend van technische taalkundige analyses tot politieke essays. Zijn werk wordt wereldwijd vertaald en blijft aanleiding tot debat, zowel binnen de academische wereld als daarbuiten. Voorstanders zien hem als een noodzakelijke stem van kritiek, tegenstanders noemen hem eenzijdig. Maar onverschillig laat hij niemand.
Het is spijtig dat zijn gezondheid de laatste jaren sterk is verslechterd: in 2023 werd hij getroffen door een zware beroerte, die blijvende schade heeft veroorzaakt aan zijn spraak en mobiliteit. Sindsdien woont hij in Brazilië, waar hij wordt verzorgd door zijn vrouw en een medisch team. Publieke optredens zijn niet meer mogelijk en volledig herstel is onwaarschijnlijk. Toch blijft zijn invloed groot. Zijn fysieke stem is verzwakt, maar de echo van zijn ideeën klinkt nog altijd krachtig door in wetenschap, politiek en maatschappelijk debat.
Wil je meer van Chomsky lezen, begin dan vooral met Manufacturing Consent (1988, samen met Edward S. Herman). Dit boek geeft een scherp inzicht in hoe media functioneren binnen politieke en economische machtsstructuren en is nog steeds verrassend actueel.
