Stel het niet uit. ‘Ooit’ kan ineens ‘te laat’ betekenen

Afgelopen week wilde ik iets doen wat ik al jaren van plan was. Ik wilde contact opnemen met Peter.

Peter en ik waren jeugdvrienden. We kenden elkaar al vanaf ons twaalfde; samen op school gezeten, pianoles gehad, op vakantie geweest, … en ik had verkering gehad met zijn jongere zusje. De laatste keer dat we elkaar daadwerkelijk zagen was in 1982: Op een avond stond hij onverwacht voor mijn deur. Hij had thuis ruzie gehad met zijn ouders en wist niet waar hij die avond en nacht naartoe moest. Natuurlijk bleef hij bij mij. We praatten, lachten en gingen ervan uit dat we elkaar snel weer zouden zien. Een week later nodigde hij mij samen met een goede vriendin uit voor een etentje. En een half jaar later gingen we samen nog een keer op stap. We wilden vaker afspreken, maar het liep anders… Zoals dat zo vaak gaat, namen studie, werk, relaties en het leven zelf onze tijd in beslag. Niet omdat we elkaar uit het oog wilden verliezen, maar omdat morgen altijd nog een mogelijkheid leek. En zo verstreken de jaren.

Rond 2008 vond ik zijn e-mailadres. Ik stuurde hem een bericht. Het enthousiasme was wederzijds. We wilden afspreken en onze jeugd ophalen. Door persoonlijke omstandigheden kwam het er niet van. “Later,” zeiden we tegen elkaar. Jaren verstreken opnieuw. En rond 2020 hadden we weer contact. Opnieuw was er de intentie om elkaar te ontmoeten. Opnieuw stonden agenda’s, werk en andere verplichtingen in de weg. We stelden het nog maar een keer uit.

En toen dacht ik afgelopen week weer aan hem. Deze keer wilde ik het niet langer uitstellen. Ik zocht hem op, in de veronderstelling dat ik eindelijk een afspraak kon maken. In plaats daarvan vond ik zijn LinkedIn-profiel. Daar stond dat Peter in 2024 plotseling was overleden.

Ik heb lang naar dat scherm gekeken. Niet omdat ik geloof dat we de verloren jaren nog hadden kunnen inhalen. Maar omdat ik besefte hoe gemakkelijk we denken dat er altijd nog een volgende keer komt. Dat we leven alsof tijd een onuitputtelijke voorraad is. Alsof de mensen die belangrijk voor ons zijn er volgend jaar ook nog wel zullen zijn. Alsof dat telefoontje, dat etentje of die kop koffie gerust nog een paar maanden kan wachten. Vaak klopt dat; maar soms niet. En juist dat besef maakt het zo confronterend.

Dit verhaal gaat niet alleen over Peter. Het gaat over iedereen met wie je ooit hebt gedacht: die moet ik echt nog eens bellen. Over die oud-collega, studievriend, buurman, nicht, neef of vroegere buurvrouw. Mensen die ooit een rol speelden in je leven en waarvan je ervan uitgaat dat ze er nog wel zijn wanneer het jou uitkomt. Soms is dat een veilige aanname. Soms ook niet. Daarom is mijn boodschap eenvoudig. Als er iemand is aan wie je al maanden of zelfs jaren denkt, stuur vandaag nog een bericht. Bel die persoon. Spreek af. Wacht niet op het perfecte moment, want dat bestaat helemaal niet. En ga er niet vanuit dat er altijd nog een volgende gelegenheid komt. Want op een dag kan blijken dat die gelegenheid ongemerkt voorbij is gegaan.

En dan is ‘later’ veranderd in ‘te laat’.