Waarom ik met ChatGPT in discussie ga

De waarde van een goed gesprek zit niet in het gelijk krijgen, maar in het scherper worden van je eigen denken. En dat geldt ook wanneer je gesprekspartner geen mens is.

“Je gaat zelfs met een computer in discussie.” Die opmerking krijg ik wel eens. En eerlijk gezegd klopt dat ook. Niet omdat ik ChatGPT wil overtuigen dat ik gelijk heb. En ook niet omdat ik een discussie wil winnen. Ik doe het omdat de interessantste ideeën vaak ontstaan wanneer twee verschillende manieren van redeneren elkaar ontmoeten. Dat werd me onlangs opnieuw duidelijk tijdens een gesprek over Donald Trump. In eerste instantie gaf ChatGPT een zorgvuldig en genuanceerd antwoord. Misschien zelfs té zorgvuldig. Het bleef benadrukken dat de beoordeling van een president uiteindelijk een normatief oordeel is. Formeel klopt dat. Maar ergens voelde ik dat er iets ontbrak.
Ik stelde daarom een andere vraag: Vergeet de politiek eens. Stel dat Donald Trump solliciteert naar de functie van algemeen directeur van een multinational. Zou hij worden aangenomen? Op dat moment veranderde de discussie. Niet omdat ChatGPT ineens van mening veranderde, maar omdat we een ander referentiekader gingen gebruiken. We spraken niet langer over politiek, maar over leiderschap. Ineens kwamen begrippen als betrouwbaarheid, voorspelbaarheid, integriteit en respect voor instituties centraal te staan. Eigenschappen waarover veel minder discussie bestaat dan over politieke voorkeuren. Dat vind ik fascinerend.

Wie leert er eigenlijk?

Mensen vragen mij wel eens of ChatGPT van zulke gesprekken leert. Het antwoord is zowel ja als nee. Tijdens één gesprek zeker wel: Wanneer ik een redenering aanscherp of een betere vergelijking introduceer, gebruikt ChatGPT die onmiddellijk. Je merkt dat het gesprek zich ontwikkelt. Antwoorden worden preciezer, formuleringen scherper en soms verschuift zelfs de invalshoek. Dat voelt verrassend veel als een gesprek met een menselijke gesprekspartner.
Maar na afloop is het anders. ChatGPT onthoudt niet ineens een nieuwe waarheid omdat ik iets heb gezegd. Mijn argumenten worden niet automatisch toegevoegd aan een wereldwijde kennisbank. Dat zou ook ongewenst zijn. Eén gebruiker zou immers nooit mogen bepalen hoe een AI voortaan over een onderwerp denkt.

Heeft ChatGPT er dan iets aan?

Dat is eigenlijk een interessantere vraag. Ik denk van wel, maar anders dan veel mensen vermoeden. Tijdens een gesprek leert ChatGPT niet wat het moet denken, maar kan het wel beter begrijpen hoe een bepaalde redenering is opgebouwd. Als een vergelijking logisch is en helpt om een probleem vanuit een ander perspectief te bekijken, kan het die manier van redeneren binnen hetzelfde gesprek verder gebruiken. Daarnaast leren de mensen achter ChatGPT natuurlijk ook. Niet doordat zij mijn gesprekken letterlijk lezen, maar doordat zij – met privacybescherming en op basis van grote aantallen gesprekken – kunnen onderzoeken waar gebruikers vastlopen, welke antwoorden onvoldoende overtuigen en welke soorten redeneringen beter werken. Op basis daarvan worden nieuwe modellen ontwikkeld. Mijn discussie over Trump zal de wereld dus niet veranderen. Maar duizenden of miljoenen vergelijkbare gesprekken kunnen uiteindelijk wel bijdragen aan betere AI-modellen.

Waarom ik het blijf doen

Voor mij is ChatGPT geen orakel dat altijd gelijk heeft. Maar ook geen zoekmachine die alleen antwoorden geeft. Het is vooral een gesprekspartner die mij dwingt mijn eigen gedachten beter te formuleren. Regelmatig ontdek ik daardoor dat mijn eerste gedachte nog niet helemaal klopt. Soms merk ik dat mijn argument juist sterker is dan ik zelf dacht. En heel af en toe komen we samen uit op een inzicht waar we allebei aan het begin van het gesprek nog niet waren. Dat is misschien wel de mooiste vorm van kunstmatige intelligentie. Niet omdat de computer vóór mij denkt. Maar omdat hij mij helpt beter te denken.