Macht boven waarheid

Sommige leiders regeren niet met feiten maar met verdraaiing, macht en wantrouwen. Zij spelen instituties, wetenschap en zelfs de waarheid zelf uit tegen hun eigen ambities – met gevolgen die wereldwijd voelbaar zijn.

Donald Trump is zo’n rechts populistische politicus met stevige autocratische trekjes die een geheel eigen stijl heeft ontwikkeld: waar feiten of serieuze analyses hem niet uitkomen. Die worden simpelweg weggezet als gemanipuleerd of vals. Kritische stemmen worden genegeerd, in diskrediet gebracht of ontslagen. Dit patroon zien we niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook terug bij leiders als Poetin, die eveneens waarheid en feiten buigen naar eigen voordeel.

Het is een strategie die werkt in de beeldvorming: wie het niet met hem eens is, liegt of is partijdig. Daarmee wordt iedere discussie teruggebracht tot een loyaliteitstest. Wetenschap, onafhankelijke expertise of journalistiek onderzoek verliezen hun waarde zodra ze de leider tegenspreken.

Ook in Nederland zijn wetenschappers bezorgd. Moleculair-viroloog Raoul de Groot (Universiteit Utrecht) verwoordde het kernachtig: “De volksgezondheid mag geen speelbal worden van welke cultuuroorlog ook. Deze tendens van anti-intellectualisme en anti-wetenschappelijkheid strekt zich ook uit naar andere terreinen. Ik denk dat we daar ook als Nederlandse wetenschap een front tegen moeten opwerpen.”

Trump heeft die anti-wetenschappelijke houding keer op keer laten zien. Milieuproblematiek wordt afgedaan met rapporten van loyalisten die CO₂ reduceren tot “plantenvoer”. De energietransitie wordt tegengewerkt, met het risico dat de VS internationaal achterblijft terwijl China en Europa juist voorsprong nemen.

Zijn manier van regeren kenmerkt zich door decreten en het inzetten van machtsmiddelen zoals het leger, vaak buiten het reguliere proces om. Dat is geen besturen, dat is macht grijpen. Het deporteren van Mexicanen, ook in gevallen waar fouten later werden erkend maar nooit hersteld, illustreert hoe wetten worden misbruikt als het hem uitkomt.

Daarnaast pronkt Trump graag met resultaten die bij nadere beschouwing weinig voorstellen: besparingen die vooral op papier bestaan, beloften over vrede die nooit worden waargemaakt, toezeggingen die verzanden in fantasie. Zelfs waar hij geheel terecht wijst op onevenwichtige NAVO-bijdragen, gebruikt hij het vooral als retorisch wapen, en negeert hij de bredere context zodra dat beter uitkomt.

Trump is in veel opzichten een moderne Don Quichot: strijdend tegen windmolens die hij zelf tot vijanden verklaart, terwijl de echte problemen blijven liggen. Alleen is dit geen onschuldige dwaasheid, maar een vorm van machtswellust die de democratie ondermijnt.

De kern is dat Trump regeert vanuit wantrouwen in feiten, wetenschap en instituties. Daarmee legt hij een voedingsbodem voor chaos, verdeeldheid en achteruitgang. De Verenigde Staten betalen daar nu al de prijs voor – en de rest van de wereld kijkt met zorg toe.