Over een leven dat vooral is opgebouwd door volhouden

Dit is geen verhaal over winnen of verliezen, maar over hoe mijn leven zich heeft gevormd door keuzes, omstandigheden en momenten waarop richting opnieuw moest worden bepaald. Over werk, relaties, systemen en mensen — en over wat er gebeurt wanneer zekerheden wegvallen en je opnieuw moet uitvinden wat voor jou werkelijk van waarde is.

Opgroeien zonder vanzelfsprekende zekerheden

Ik ben niet opgegroeid in een omgeving waarin studeren, netwerken of maatschappelijke positie vanzelfsprekend waren. Mijn vader was kleermaker, later ondernemer, en uiteindelijk ging zijn bedrijf failliet. Dat leert je vroeg dat zekerheid relatief is en dat inzet niet automatisch leidt tot stabiliteit. Werken was normaal, verantwoordelijkheid nemen ook. Niet als ideaal, maar als noodzaak. Die achtergrond heeft mijn kijk op mensen blijvend beïnvloed. Ik hecht weinig waarde aan afkomst of status als maatstaf voor wie iemand is. Ik heb gezien hoe snel omstandigheden kunnen kantelen en hoe dun de lijn soms is tussen meedoen en buitenspel staan. Dat maakt je minder gevoelig voor uiterlijk succes, maar ook minder naïef over hoe systemen werken.

Loopbaan: van structuur naar steeds meer de menskant

Mijn loopbaan begon onderaan en heeft zich stap voor stap ontwikkeld richting meer strategische rollen. Niet door snelle sprongen, maar door langdurige inzet, blijven leren en verantwoordelijkheid nemen. In eerste instantie lag mijn focus vooral op kwaliteit, informatie en governance: begrijpen hoe processen lopen, waar het misgaat, waarom organisaties vastlopen en waarom goede bedoelingen zo vaak slecht uitpakken. Ik was — en ben — sterk gericht op samenhang. Op de vraag of systemen mensen ondersteunen of juist belemmeren in hun werk. Ik heb weinig met cosmetische verbeteringen en veel met structurele oplossingen. Dat maakt je niet altijd populair, maar wel consistent.
Gaandeweg verschoof mijn aandacht steeds meer naar de mensen achter die processen. Niet alleen naar wat er op papier klopt, maar naar wat het in de praktijk met mensen doet. Wat hen bezighoudt, waar ze tegenaan lopen, waar ze vastzitten tussen verwachtingen en realiteit. Ik merkte dat juist daar veel beslissingen worden genomen die later als ‘organisatieproblemen’ worden gepresenteerd, terwijl ze in feite menselijk zijn.

Wanneer systemen kantelen

Tegelijk heb ik ervaren hoe snel waardering kan omslaan in wantrouwen wanneer belangen, angst en reputatie de overhand krijgen. Rond het einde van mijn loopbaan bij een groot bedrijf werd ik betrokken in een forensisch onderzoek. Later werd vastgesteld dat ik volledig onschuldig was, maar tegen die tijd was de vertrouwensrelatie met de werkgever ernstig verstoord. Formeel was er geen schuld, praktisch was er geen basis meer om samen verder te gaan. In dat spanningsveld is uiteindelijk besloten uit elkaar te gaan. Dat heeft diepe sporen nagelaten. Niet alleen door het verlies van werk, maar vooral door het besef hoe weinig ruimte er soms is voor nuance wanneer systemen in zelfbescherming schieten. In die periode, waarin ook mijn relatie het zwaar te verduren had, werd ik behoorlijk depressief. Mijn kijk op kwetsbaarheid, macht en menselijkheid is daardoor blijvend veranderd. Daarna moest alles opnieuw worden opgebouwd. Niet alleen praktisch, maar ook mentaal: wie ben je wanneer het systeem waarin je decennialang hebt gefunctioneerd je ineens niet meer draagt?

Eerste lange relatie: verschil werd afstand

Privé heb ik ruim twintig jaar samengeleefd met de dochter van een gemeentesecretaris, de moeder van mijn twee kinderen. Ik heb veel van haar gehouden en we hebben lange tijd samen een gezin gevormd. Maar onze achtergronden en waarden verschilden fundamenteel. Niet op detailniveau, maar in wat we belangrijk vonden, hoe we naar cultuur, status en levensstijl keken.
Mijn belangstelling lag nooit bij klassieke kunsten, dure merken, grote huizen of sociale uitstraling. Niet uit afkeer, maar uit onverschilligheid. Voor mijn partner waren dat juist wel betekenisvolle elementen. Die verschillen werden niet uitgesproken strijdpunten, maar ze werden wel steeds voelbaarder. Wat begon als verschil in voorkeur, werd langzaam verschil in waardering. We zijn ons steeds meer tegenover elkaar gaan positioneren in plaats van naast elkaar. Niet door één conflict, maar door jarenlange subtiele frictie. Uiteindelijk is de relatie daarop stukgelopen. Niet door gebrek aan inzet, maar door het langzaam verdwijnen van gelijkwaardigheid en herkenning.

Een tweede relatie: minder statusverschil, andere spanningen

Na het einde van die relatie kreeg ik opnieuw een partner. Die relatie duurt inmiddels ruim tien jaar, al is het op dit moment moeilijk om precies te zeggen in welke vorm we samen zijn. Anderhalf jaar geleden is zij elders gaan wonen, terwijl we eigenlijk partners bleven. Vijf maanden later zijn we weer gaan samenwonen. Een jaar daarna is zij opnieuw naar haar eigen appartement teruggekeerd. Nog steeds lijken we partners te zijn maar de relatie is kwetsbaar en de uitkomst onzeker. In deze relatie is er geen sprake van statusverschil of grote sociale afstand. Onze achtergronden liggen dichter bij elkaar. Maar er zijn andere verschillen die steeds zwaarder zijn gaan wegen. Onze manier van kijken naar opvoeding, naar verantwoordelijkheid en naar hoe je in het leven staat, loopt uiteen. Zij is elf jaar jonger, en het lijkt soms alsof we ons in verschillende levensfasen bevinden. Waar ik mijn successen grotendeels achter me heb liggen en vooral bezig ben met betekenis, stabiliteit en reflectie, lijkt zij nog te zoeken naar richting, ruimte en nieuwe mogelijkheden. Dat verschil is niet goed of fout, maar het maakt samen bewegen steeds lastiger. Niet omdat de wil ontbreekt, maar omdat tempo, prioriteiten en verwachtingen uit elkaar lopen. Het lastige is dat dit soort verschillen zich niet scherp aftekenen in één conflict. Ze werken door in kleine keuzes, in hoe je toekomst voor je ziet, in wat je nodig hebt van elkaar, wat je elkaar vertelt en wanneer … En juist omdat er geen duidelijke breuklijn is, blijft het zoeken, schuiven en hopen dat het weer gelijk op gaat lopen.

Heroriëntatie: van functioneren naar betekenis

Na alles wat er professioneel en privé is gebeurd, is mijn focus verder verschoven. Minder gericht op carrière, meer op inhoud, mensen en zingeving. Organisaties en vooral mensen hebben nog steeds mijn interesse, en ik ben blijven werken in kwaliteits- en informatiemanagement. De nadruk op de mens en op wat organisaties werkelijk nodig hebben om menselijk en effectief te functioneren is alleen maar toegenomen. Wat mij bezighoudt, is hoe mensen omgaan met druk, verwachtingen, loyaliteit en onzekerheid. Waarom ze blijven volhouden wanneer iets eigenlijk niet meer klopt. Waarom ze zich aanpassen, ook wanneer dat ten koste gaat van henzelf. Die vragen raken aan wat mij drijft, niet alleen professioneel, maar ook persoonlijk.
Ik ben ook meer gaan schrijven. Niet om gelijk te krijgen, maar om patronen zichtbaar te maken: in relaties, in organisaties, in samenleving. Over grenzen, status, zelfkennis, verbinding, macht en kwetsbaarheid. Niet als theorie, maar als reflectie op wat ik heb gezien en meegemaakt. Schrijven is voor mij dan ook geen hobby, maar een manier om ervaringen te ordenen en betekenis te geven. Om niet alleen te ondergaan, maar ook te begrijpen.

Autonomie als rode draad

Wat door alles heen is gebleven, is de behoefte aan autonomie. Niet in de zin van alles alleen willen doen, maar in de zin van zelf kunnen bepalen wat klopt en wat niet. Ik heb weinig behoefte om me te voegen naar verwachtingen die vooral gericht zijn op uiterlijk succes, hiërarchie of sociale vergelijking. Die houding maakt het leven niet altijd eenvoudiger. Ze maakt keuzes soms lastiger en paden minder voorspelbaar. Maar ze voorkomt dat ik mezelf volledig laat definiëren door rollen die mij uiteindelijk leegtrekken.

Geen afgerond verhaal, maar een richting

Mijn leven is geen afgerond project en geen succesverhaal in klassieke zin. Het is eerder een aaneenschakeling van aanpassing, inzet, confrontaties en heroriëntatie. Wat ik wel heb behouden, is de bereidheid om mezelf vragen te blijven stellen, ook wanneer de antwoorden ongemakkelijk zijn.
Niet hoe hoog je komt, niet hoe lang je volhoudt, maar of je onderweg nog bereid bent te erkennen wanneer iets niet meer klopt — in werk, in relaties of in jezelf. Niet om te oordelen, maar om bij te sturen zolang dat nog kan. Zolang die bereidheid er is, is een leven niet af, maar hooguit steeds opnieuw in beweging.