
Hoe vaak beoordelen we het gedrag van anderen op basis van feiten, en hoe vaak op basis van onze eigen overtuigingen? Een gesprek over luxe, succes en vermeend compensatiegedrag bracht mij op die vraag. Niet omdat er één juist antwoord bestaat, maar omdat onze interpretatie vaak meer over onszelf zegt dan over degene naar wie we kijken.
Iemand koopt een groot huis. Niet zomaar groot, maar veel groter dan hij eigenlijk nodig heeft. Vervolgens investeert hij nog eens een fors bedrag in een verbouwing. Er worden exclusieve materialen gebruikt op plaatsen waar vrijwel niemand ze ooit zou toepassen en de nieuwste techniek wordt zonder veel op de prijs te letten geïntegreerd. De één kijkt er bewonderend naar en denkt: Wat geweldig dat iemand dit door eigen inzet heeft bereikt. De ander fronst zijn wenkbrauwen en vraagt zich af: Waarom heeft iemand dit eigenlijk nodig? Al snel vallen woorden als overdaad, status of zelfs compensatiegedrag. Opvallend genoeg zijn de feiten voor beide waarnemers exact hetzelfde. Alleen de interpretatie verschilt.
Feiten en verhalen
Ons brein heeft een bijzondere eigenschap. We nemen niet alleen waar wat iemand doet; we verzinnen er vrijwel direct een verhaal bij. Koopt iemand een exclusieve auto? Dan zal de één denken dat hij een autoliefhebber is, terwijl de ander concludeert dat hij graag indruk wil maken. Draagt iemand merkkleding? De één ziet gevoel voor kwaliteit, de ander ijdelheid. Investeert iemand in een luxe woning? Sommigen zien een droom die eindelijk werkelijkheid wordt, anderen zien een poging om een leegte op te vullen. Het interessante is dat al deze verhalen grotendeels ontstaan in het hoofd van de waarnemer. De feiten zijn zichtbaar. De motivatie meestal niet.
De fundamentele attributiefout
Psychologen kennen hiervoor een bekende verklaring: de fundamentele attributiefout. Wanneer we ons eigen gedrag beoordelen, kijken we vooral naar de omstandigheden. Wanneer we het gedrag van anderen beoordelen, schrijven we het al snel toe aan hun karakter of persoonlijkheid. Koop ik zelf een dure fiets, dan is dat omdat ik graag sport, kwaliteit waardeer en er jarenlang voor heb gespaard. Koopt iemand anders dezelfde fiets, dan is de kans groter dat ik denk dat hij graag wil laten zien wat hij zich kan veroorloven. We beoordelen dezelfde handeling dus met twee verschillende meetlatten.
Wanneer is iets compensatiegedrag?
Het woord wordt tegenwoordig gemakkelijk gebruikt. Maar psychologisch heeft het een specifieke betekenis. Van compensatiegedrag is sprake wanneer iemand probeert een ervaren tekort te maskeren of te compenseren. Dat kan onzekerheid zijn, behoefte aan erkenning, een laag zelfbeeld of het verlangen erbij te horen. Het probleem is dat we dit van buitenaf nauwelijks kunnen vaststellen. Een dure auto, een exclusieve keuken of een groot huis zijn op zichzelf geen bewijs van compensatie. Ze zeggen alleen iets over wat iemand heeft gekocht, niet waarom. Misschien wil iemand indruk maken. Misschien houdt hij simpelweg van mooie materialen. Misschien heeft hij altijd gedroomd van een architectonisch bijzonder huis. Misschien geniet hij ervan om technische perfectie na te streven. En misschien spelen meerdere van deze motieven tegelijk een rol. Van buitenaf weten we dat eenvoudigweg niet.
Onze eigen bril
Misschien zegt onze reactie op de luxe van een ander wel meer over onszelf dan over die ander. Wie zelf veel waarde hecht aan eenvoud, zal buitensporige uitgaven sneller als overdreven ervaren. Wie ondernemerschap bewondert, ziet dezelfde uitgaven misschien juist als een terechte beloning voor jarenlang hard werken. Wie in een omgeving is opgegroeid waar bescheidenheid de norm was, kijkt anders naar rijkdom dan iemand die succes ziet als iets om te vieren. Onze normen, opvoeding, ervaringen en persoonlijke waarden bepalen in hoge mate hoe wij het gedrag van anderen interpreteren.
Succes mag blijkbaar niet te zichtbaar zijn
Er zit nog een interessante paradox in onze samenleving. We moedigen mensen aan om hard te werken, risico’s te nemen, te ondernemen en succesvol te zijn. Maar zodra iemand zichtbaar van dat succes geniet, ontstaat al snel ongemak. “Moet dat nu zo?” “Dat is toch overdreven?” “Hij zal wel iets willen bewijzen.” Blijkbaar vinden we succes acceptabel zolang het niet te veel opvalt. Dat betekent niet dat iedere luxe-uitgave verstandig is. Natuurlijk bestaan er mensen die status najagen of hun eigen onzekerheid proberen te maskeren met dure bezittingen. Maar het omgekeerde bestaat eveneens: mensen die eenvoudigweg genieten van kwaliteit, vakmanschap of perfectie, zonder de behoefte daar anderen mee te imponeren.
Misschien is bewondering ook een optie
Er bestaat nog een derde mogelijkheid die we soms vergeten. We kunnen ook erkennen dat iemand iets heeft bereikt zonder daar direct een psychologische verklaring aan te verbinden. Misschien heeft iemand jarenlang risico genomen, hard gewerkt, tegenslagen overwonnen en uiteindelijk financieel succes behaald. Misschien kiest hij er vervolgens voor dat succes te vertalen naar een woning, een auto, kunst of technologie waar hij zelf plezier aan beleeft. Daar hoeft niet noodzakelijk meer achter te zitten dan dat.
Tot slot
Wanneer we het gedrag van anderen beoordelen, zien we meestal niet hun motieven, maar onze eigen interpretatie daarvan. We vullen lege plekken in met aannames die passen bij onze eigen overtuigingen en ervaringen. De volgende keer dat je iemand iets ziet doen waarvan je denkt: Dat is overdreven of Dat is puur compensatie, is het misschien de moeite waard jezelf eerst een andere vraag te stellen: “Weet ik werkelijk waarom deze persoon dit doet… of vertel ik mezelf vooral een verhaal dat past bij mijn eigen wereldbeeld?” Misschien ligt juist daarin de grootste les. Niet dat we minder mogen oordelen, maar dat we ons ervan bewust zijn dat onze oordelen vaak minstens zoveel over onszelf vertellen als over degene die we beoordelen.
