Samen TV kijken doen wij niet meer …

digitale wereld

‘Zit jouw zoon ook alleen nog maar online’, vroeg mij gisteren een goede vriend. ‘Die van mij lijkt wel lichaam en geest te hebben gescheiden, want hoewel zijn lichaam bij mij op de bank zit, is zijn geest alleen maar online te vinden op twitter, in chatboxen of op facebook’, vervolgde hij.

‘Ik heb helemaal geen contact meer met hem’, zei hij zorgelijk.

Ik ga hier niet het hele gesprek herhalen, maar de conclusie wel:  de relatie tussen de 16-jarige zoon en mijn 49-jarige vriend is danig verstoord. Er vindt geen communicatie meer tussen hen plaats. Tussen zijn zoon en zijn moeder is het niet beter gesteld. En met de twee jaar jongere dochter lijkt het dezelfde richting op te gaan.

Voor mij is dit een moment om eens naar mijn beide eigen zonen te kijken. Als ze niet naar school zijn, brengen ze en groot deel van hun tijd op hun kamers door. Behalve slapen, studeren ze daar en kijken ze televisie. De jongste (13) speelt regelmatig een spelletje achter de computer terwijl hij een film kijkt of met iemand aan het chatten is. De oudste speelt eigenlijk geen spelletjes meer achter de computer. Maar hij is voortdurend online, aan het chatten, informatie aan het opzoeken of informatie aan het plaatsen. Is het niet achter de computer, dan met zijn iPad of zijn iPhone.

Dat was in mijn jeugd toch wel anders: Ons gezin keek samen TV (naar één van de drie TV-zenders die we toen ontvingen). Ik zat nooit achter de computer (die was toen nog niet uitgevonden), chatten deed ik ook nooit (…) en informatie opzoeken deed ik in de encyclopedie. Informatie plaatsen? Nee, dat zat er ook niet in. En natuurlijk keek ik niet op mijn eigen kamer naar de TV – we hadden er maar één. Soms kwam zelfs een vriendje langs want die hadden thuis helemaal geen TV, en dat was géén uitzondering.

Als ik in die tijd een computer had gehad en op mijn kamer óók een TV had gestaan – zou ik dan hetzelfde zijn geweest als mijn zoon? Ik denk het niet, nee, ik weet het wel zeker! Want waarom zou ik naar de films kijken waar mijn ouders naar kijken; die zijn voor hún generatie gemaakt en niet voor mij. En waarom zou ik géén gebruik maken van de mogelijkheid om snel online informatie op te zoeken met Google, chatten met mijn vele online contacten, mijn mening op Twitter zetten i.p.v. met een krijtje op de muur bij het winkelcentrum kladderen? En dan zou ik een vriendin online leren kennen zònder een blauwtje te lopen wanneer ik weer eens het idiote idee had opgevat een knappe schone om te dansen te vragen.

Keer ik even terug naar het gesprek met mijn vriend, dan constateer ik dat hij en zijn vrouw grote problemen hebben met die ontwikkeling. Ik heb dat niet, hoewel ik het jammer vind dat ik door deze ontwikkelingen minder tijd met mijn kinderen kan doorbrengen dan ik zou willen. Ze groeien al zo snel; ik vrees dat ze te zijner tijd het huis uit gaan voordat ik daaraan toe ben. Zij daarentegen zijn er tegen die tijd waarschijnlijk veel meer aan toe dan ik destijds. Want zij zijn veel zelfstandiger, hebben al lang geleerd hoe zij online contacten kunnen leggen met mensen die hun kunnen verder helpen, zakelijk alsook persoonlijk.

Op dit moment lijken ze vaak niets zinnigs te doen. Het huiswerk of de teamtaken die ze van school meekrijgen, maken ze zonder veel inspanning. Maar in werkelijkheid leren zij gewoon op een heel andere manier en leven zij het leven dat ik destijds ook zou hebben geleefd, als daartoe de mogelijkheden hadden bestaan. Daar is dan toch ook helemaal niets mis mee!

Ik ben dus hooguit een beetje jaloers op mijn kinderen. Ik had best zo rond het jaar 2000 geboren willen worden in plaats van in 1960. Maar terwijl ik dit schrijf, herinner ik me dat mijn moeder jaren geleden woorden van eenzelfde strekking tegen mij heeft gezegd, ‘ik had best in 1960 geboren willen zijn in plaats van in 1940’.