
Het internet, ooit het ultieme instrument voor kennisdeling en menselijke vooruitgang, is in rap tempo aan het afglijden naar een broedplaats van desinformatie, waanzin en sociale verloedering. De digitale snelweg is verworden tot een file van geestelijk wrakhout, op hol geslagen algoritmes en betekenisloze content. Wat oorspronkelijk bedoeld was als een open bron van kennis, is tegenwoordig vooral een vergaarbak van herhaling, hysterie en holle kreten.
Nepnieuws als norm
Het gedeelte van het internet dat wij dagelijks gebruiken om te surfen, te zoeken of te ‘scrollen’, is steeds meer vervuild geraakt. Nepnieuws is inmiddels geen incident meer, maar een structureel fenomeen. Door de sensatiewaarde en het klakkeloos doorsturen via sociale netwerken wordt het telkens opnieuw gerecycled. En erger nog: zoekmachines als Google belonen deze herhaling. De leugen krijgt een algoritmische promotie, louter omdat hij vaak herhaald wordt. De waarheid, daarentegen, wordt overschreeuwd en verdwijnt uit beeld.
De opmars van de dorpsgek 2.0
In het verleden was er sociale controle. De dorpsgek mocht onzin verkondigen op het plein, maar kwam niet verder dan het gehoor van een paar buren. Nu weet elke dorpsgek zijn digitale evenknieën wereldwijd te vinden. ‘Dorpsgekken verenigt u’ lijkt het devies, en met succes: gezamenlijk vormen ze een platformoverstijgend echochamber dat niet alleen misinformatie verspreidt, maar ook ondermijnt wat ooit gezond verstand heette. Zonder enige vorm van zelfreflectie, laat staan kennis, wordt het publieke debat overspoeld met lariekoek.
Internet als marktplaats van troep
En dan is er de reclame. Alles – werkelijk alles – kan worden aangeprezen. Ook de grootste nonsens. Van ‘magnetische armbanden tegen kanker’ tot crypto-zwendel en pseudo-wetenschappelijke detox-cursussen: zolang het klikt en verkoopt, is het welkom. Er is geen ondergrens meer. Wie wil, kan complete volksstammen bespelen met onzin en zichzelf verrijken ten koste van goedgelovigen en minder ontwikkelden.
Sociale media: de ultieme vuilcontainer
Facebook? Een etalage van triviale banaliteit. De jurk van je peuter, de stoofschotel met rum, een filmpje waarin oom Jan van de fiets dondert – het wordt gedeeld, geliket, en gepromoot alsof het relevant is. TikTok en Snapchat? Overwegend platforms waar betekenisloze impulsen worden gelanceerd met de frequentie van een mitrailleur. Het wordt ‘social’ genoemd, maar het heeft niets met sociaal gedrag te maken. Het is exhibitionisme, zelfverheerlijking en leegte – digitaal vormgegeven.
Generatieve AI als onbedoelde vuilverspreider
Wat het probleem verergert, is dat generatieve AI – zoals ChatGPT en andere taalmodellen – haar antwoorden mede baseert op wat er op internet te vinden is. Hoe meer rotzooi daar circuleert, hoe groter de kans dat ook AI met vervuilde output komt. Nepnieuws, complottheorieën, onzin en kwaadwillige meningen worden op termijn niet meer als zodanig herkend, maar gaan deel uitmaken van de ‘kennisbasis’. En het ergste: AI reproduceert die vervuiling, versterkt het en maakt het legitiem door het een overtuigende toon mee te geven. Zo ontstaat er geen leercyclus maar een verrottingsproces. In plaats van het internet op te schonen, wordt de smurrie doorgegeven, vermenigvuldigd en verfijnd. Tot uiteindelijk zelfs de machines alleen nog rommel spreken.
Een alternatief: het Verifieerbare Web
Opruimen is waarschijnlijk een utopie. Het huidige internet is te groot, te veelvormig, te vervuild. Maar dat wil niet zeggen dat we ons erbij neer moeten leggen. Ik pleit voor de opbouw van een alternatief: een nieuw internet. Een gescheiden, betrouwbaar domein – een Verifieerbaar Web – waar alleen informatie wordt geplaatst die geverifieerd is. Geen politieke, religieuze of ideologische kleuring. Geen algoritmes die engagement boven juistheid plaatsen. Alleen feiten, bevestigd door betrouwbare deskundigen.
Een plek waar serieuze mensen naartoe gaan voor kennis, inzicht en constructieve discussie. En wie weet – misschien ontstaat er dan vanzelf een afkeer tegen die digitale vuilnisbelt die het internet nu is. Misschien gaan we dan eindelijk weer onderscheiden wat waardevol is en wat slechts ruis.
Tot die tijd? Dan blijft het vooral roeien tegen een zinkend schip vol schreeuwende dorpsgekken, nepspecialisten en digitale vergiftiging. Maar ergens moeten we beginnen.
