Hoe Facebook veranderde in een digitale vuilnisbelt

Op 30 december 2013 schreef ik nog vol overtuiging: Ik vind Facebook echt geweldig! Dat was toen.

Anno 12 juli 2025 moet ik tot een bittere conclusie komen: wat ooit een revolutionair sociaal medium was dat mensen verbond, is uitgegroeid tot een platform dat ik nauwelijks nog herken — of wil gebruiken. Facebook is niet dood, maar het is wel verziekt. En eerlijk gezegd: ik zou er geen traan om laten als het spoedig alsnog verdwijnt.

Toen: een digitale ontmoetingsplaats

In de beginjaren bood Facebook een unieke ervaring:

  • Mensen vonden elkaar terug na jaren van stilte.
  • Je deelde gebeurtenissen, foto’s en gedachten met vrienden en familie.
  • Het voelde laagdrempelig, open, menselijk.
  • Je bepaalde zélf wat je zag, wat je deelde en met wie.
  • Het was een verlengstuk van je sociale leven — digitaal, maar persoonlijk.

Nu: een vuilnisbelt van ruis, reclame en misleiding

Vandaag is Facebook verworden tot een vervuild ecosysteem waarin nauwelijks nog sprake is van verbinding:

  • Reclame domineert. Wie niet betaalt, wordt overspoeld met commerciële rommel.
  • Desinformatie is structureel: nepnieuws over Amerikaanse verkiezingen, gekleurde posts over de oorlog tussen Oekraïne en Rusland, absurde uitlatingen over Israël, Iran, Trump of Musk.
  • Publieke opinie wordt gemanipuleerd, gestuurd door algoritmen die niet zijn ontworpen om de waarheid te tonen, maar om zo veel mogelijk interactie, doorkliks en schermtijd te genereren.

Voor de duidelijkheid: dit is geen pleidooi vóór (of tégen) Trump, Musk of Poetin — verre van. Maar bedrijven en personen aanvallen op basis van onwaarheden of gekleurde framing, is minstens zo verwerpelijk. Neem Tesla: tienduizenden medewerkers zetten zich elke dag in voor een innovatief product. Dat mag je niet reduceren tot het gedrag van één aandeelhouder. 

Verdienmodel of uitbuiting?

Facebook is inmiddels deels betaald. Je kunt kiezen:
Betalen voor minder reclame, of gratis blijven, maar dan word je overspoeld met advertenties — én geef je stilzwijgend toestemming dat jouw gegevens, foto’s en berichten gebruikt worden voor commercieel gewin. (Voor de goede orde: een berichtje plaatsen waarin je niet toestaat dat jouw publicaties door Facebook voor eigen gewin mogen worden gebruikt heeft geen enkele juridische waarde en zal volkomen worden genegeerd – je houdt er alleen jezelf mee voor de gek.)

Dat is het fundamentele probleem: Facebook gebruikt jou als product, maar je hebt daar geen grip op en je deelt niet in de opbrengsten. De verhouding is zoek. Gratis toegang tot een dienst is geen vrijbrief voor gebruik en zelfs misbruik van persoonlijke content.

Mijn keuze: afstand houden

Ik heb besloten mijn Facebook-account niet meer actief te gebruiken voor publicaties. Ik laat het wel bestaan — al was het maar om te voorkomen dat het automatisch wordt verwijderd wegens inactiviteit. En wellicht moet ik dan, om diezelfde reden, af en toe iets schrijven. Maar verwacht daar niet teveel van. Ik wil alleen voorkomen dat iemand zich op Facebook onder mijn naam registreert en die gaat misbruiken. Hoe-dan-ook weiger ik nog persoonlijke zaken te posten op een platform dat voor mij te ver is afgegleden. Facebook is niet langer een sociaal medium; het is een commercieel dataplatform met een façade van verbondenheid en de geur van een afvoerputje.

Wat rest er nog?

Facebook is technisch gezien nog springlevend. Miljoenen mensen gebruiken het dagelijks. Maar de ziel is eruit. Het is niet meer van ons — het is van Meta. En Meta heeft er één belang bij: jouw aandacht monetariseren.
Wil je dat? Wil je dat je foto’s, uitspraken, likes en herinneringen worden verhandeld, verdraaid of ingezet in AI-trainingen, zonder dat je er iets over te zeggen hebt? Ik niet!

Tot slot

Wat mij betreft is het einde van Facebook slechts een kwestie van tijd. Niet omdat het platform technisch faalt — maar omdat het moreel en maatschappelijk zijn relevantie heeft verloren.
Het was mooi. Maar het is voorbij.