
Wetenschap zou moeten draaien om nieuwsgierigheid, kwaliteit en samenwerking – niet om geldstromen of oppervlakkige productieaantallen. Toch is dat in veel landen, ook in Nederland en België, steeds minder vanzelfsprekend. Onderzoek moet in de eerste plaats bijdragen aan kennis en vooruitgang, niet aan statistieken.
Van doel naar middel – en weer terug
Wetenschappelijke publicaties waren ooit bedoeld als middel om kennis te verspreiden en het wetenschappelijk debat te voeden. In veel academische omgevingen zijn ze echter verworden tot een doel op zich. Hoe meer artikelen een onderzoeker of instelling produceert, hoe hoger de positie op ranglijsten. Het gevolg: een stortvloed aan papers waarvan de vernieuwende inzichten vaak zo verdund zijn dat ze nauwelijks nog waarde toevoegen. Tijdschriften dreigen “write-only” te worden – ze worden gevuld, maar amper gelezen.
Deze publicatiekoorts treft vooral jonge onderzoekers. Wie tegenwoordig een postdoc wil bemachtigen, moet een cv hebben dat enkele generaties geleden als uitzonderlijk werd beschouwd. Dit leidt niet zelden tot haastig en oppervlakkig onderzoek, herpublicaties onder een andere titel en een verschuiving van diepgravende boeken naar kortere, minder uitgewerkte artikelen.
Kwaliteit boven kwantiteit
Goede wetenschap vraagt tijd – tijd om te denken, te experimenteren, te falen, opnieuw te proberen en in overleg te gaan met collega’s. Complexe onderzoeksvragen lossen zich zelden op in een paar maanden. Toch worden onderzoekers steeds vaker in een keurslijf van meetbare output gedwongen: aantallen publicaties, citaties en binnengehaalde subsidies. Deze cijfers sturen niet alleen de interne beoordeling, maar hebben ook grote externe gevolgen: overheidsfinanciering voor universiteiten wordt in toenemende mate gekoppeld aan het aantal publicaties. Evenzeer geldt dat de carrièrekansen van wetenschappers – van universitair docent tot hoogleraar – in toenemende mate afhangen van hun publicatieproductie. Dat zet druk op de kwantiteit, vaak ten koste van de kwaliteit.
De bureaucratische wurggreep
Naast de publicatiekoorts kampen onderzoekers met een sterke toename van administratieve verplichtingen. Waar eerst secretaresses en typisten veel taken uit handen namen, moet nu vrijwel elke onderzoeker zelf stapels formulieren, rapportages en enquêtes afhandelen. Deze administratieve last kan gemakkelijk de helft van de beschikbare onderzoekstijd opslokken, of leidt tot structurele overuren. Bovendien gaat het vaak om routinematig werk dat nu wordt uitgevoerd door hoogopgeleide specialisten. Dat is niet alleen inefficiënt, maar ook een verspilling van schaarse intellectuele capaciteit die veel beter besteed kan worden aan het eigenlijke onderzoek. Daar komt bij dat het onderwijs intensiever is geworden, met digitale spreekuren en extra begeleiding buiten reguliere lestijden. Vooral promovendi lopen hierdoor vast: ze verliezen cruciale onderzoekstijd en verlaten de universiteit niet zelden zonder afgerond proefschrift. Daarmee verdwijnt talent dat de wetenschap hard nodig heeft.
Waar het werkelijk om zou moeten draaien
Het is niet juist om universiteiten te vergelijken met commerciële bedrijven. Hun belangrijkste output is kennis en niet geen geld. Wetenschap is ook geen productielijn waar publicaties van de band rollen. Het is een creatief en collectief proces dat tijd, samenwerking en ruimte voor mislukkingen vereist. Daarvoor is nodig:
- Kwaliteit voorop: beloon grondig, zorgvuldig en vernieuwend onderzoek, ook als dat minder publicaties oplevert.
- Bescherm onderzoekstijd: beperk onderwijs- en administratiedruk om ruimte te maken voor verdieping.
- Stimuleer samenwerking: grote maatschappelijke uitdagingen vragen om teams, niet om geïsoleerde concurrentie.
- Herdefinieer succes: meet niet alleen output, maar ook maatschappelijke relevantie, innovatie en duurzaamheid.
- Doorbreek de publicatie-afhankelijkheid: voorkom dat financiering en loopbaanontwikkeling vrijwel volledig op aantallen worden gebaseerd.
Als we blijven sturen op aantal publicaties, verliezen we datgene wat wetenschap waardevol maakt: de zoektocht naar betrouwbare, diepgaande kennis die onze samenleving vooruithelpt. De toekomst van ons land – en van de wereld – hangt niet af van het aantal artikelen in een database, maar van de ideeën die erin leven.
