
Een artikel dat ik ruim 13 jaar geleden heb geschreven; inmiddels ziet mijn leven er wel anders uit. Maar ik vond het toch de moeite om het eens te publiceren. Misschien herken je er iets in.
De dagen vliegen voorbij. Niet zoals in: de tijd vliegt als je het naar je zin hebt. Maar als in: ik weet niet eens meer wat ik vandaag allemaal heb gedaan. Of beter: wat ik allemaal probeerde te doen. Het voelt alsof alles altijd tegelijk komt. Alsof mijn leven bestaat uit onafgebroken brandjes blussen, ad hoc reageren, corrigeren, rechtzetten en compenseren.
Ik ben zelfstandig professional. Ik werk voor opdrachtgevers, ik doe aan acquisitie, ik schrijf artikelen, ik werk aan een promotieonderzoek. Tegelijk ben ik voorzitter van een zwemvereniging en betrokken bij de oudervereniging van school. Ik help een goede vriend met zijn start-up, ik zorg voor het aquarium dat ik voor de kinderen heb aangeschaft maar waarin ze al niet meer zijn geïnteresseerd, onderhoud de tuin voor mijn vrouw, haal boodschappen als zij ziek is, dek de tafel als zij ligt te rusten en ruim hem af omdat de kinderen dat niet doen.
Tussendoor probeer ik ook nog gewoon te leven. Of eigenlijk: dat probeer ik al jaren. Succesvol ben ik daar niet in, ik ben vooral bezig met overleven.
Verplichtingen, onderbrekingen en verwijten
Een voorbeeld. Ik wil met mijn zoontje iets bouwen, gewoon even samen iets doen. Dan komt er een e-mail binnen. Even snel beantwoorden, denk ik. Maar het is geen snelle e-mail: het leidt tot een uur werk. Tegen de tijd dat ik terug ben, is mijn zoontje alweer klaar. Kans gemist.
Later die dag, na twee uur mailen, komt er een pissige mail binnen. Iemand klaagt dat een website nog niet is bijgewerkt of dat ik niet heb gereageerd op een eerder bericht. Waarom staat je e-mailadres dan op de site als je toch niet reageert? vraagt men. De toon is verwijtend, alsof ik zit te niksen.
Thuis zijn de verwijten subtieler, maar niet minder scherp:
- We doen nooit meer iets samen
- Je bent altijd aan het werk
- Blijkbaar stoor ik je altijd
- Je kijkt nooit mee tv
Ze zijn allemaal waar. En niet waar. Ik ben aan het werk, ja. Maar omdat alles anders blijft liggen. Omdat niemand anders het oppakt. Omdat als ik het niet doe, het niet gebeurt. En omdat ik zelden nee zeg.
De vraag die blijft hangen
En dus sluimert die ene vraag door alles heen: wanneer ben ik zelf aan de beurt?
Vrij vertaald: Wanneer mag ik eens iets níét doen? Wanneer kan ik eens iets afzeggen zonder schuldgevoel? Wanneer mag ik gewoon even ademhalen zonder dat ik mezelf daarvoor moet verantwoorden?
En: ben ik eigenlijk wel geschikt voor dit leven? Voor samenwonen? Voor kinderen?
Of ben ik gewoon een praktische verpleger die toevallig ook nog een hoofd heeft vol idealen, verantwoordelijkheidsgevoel en deadlines?
Het antwoord?
Ik weet het niet. Misschien is het antwoord niet eenduidig. Misschien is het een proces. Maar het begint met erkennen dat alles tegelijk geen strategie is, maar een probleem. En dat altijd ja zeggen uiteindelijk leidt tot het verliezen van jezelf.
Misschien moet ik niet vragen: wanneer ben ik aan de beurt? Maar besluiten: ik bèn aan de beurt. En daar ruimte voor maken. Niet later. Nu!
